13.9.1 Algemeen
Artikel 9.2, eerste en tweede lid, van de Verordening
Voor het pgb geldt een ruime mate van bestedingsvrijheid. Dat wil zeggen dat het pgb mag worden besteed aan een maatwerkvoorziening waarmee het doel/resultaat wordt bereikt. Vooropgesteld dat wordt voldaan aan voorwaarden. Om doorkruising met de wettelijke systematiek te voorkomen bepaalt de Verordening dat het pgb niet mag worden besteed aan een:
algemeen gebruikelijke voorziening, en/of
persoon die tot de leefeenheid van de budgethouder behoort en gebruikelijke hulp op zich zou moeten nemen, maar daartoe (tijdelijk) niet in staat is wegens overbelasting of dreigende overbelasting.
13.9.2 Kostensoorten en declareren
Artikel 9.2 derde, vierde en vijfde lid, van de Verordening
In de Verordening zijn een aantal kostensoorten uitgezonderd. Dat wil zeggen dat het pgb daar niet aan mag worden besteed. Verder geldt dat de declaraties geen vast maandbedrag mogen bevatten. Dat wil zeggen er wordt altijd gedeclareerd in tijd, tenzij het huishoudelijke ondersteuning betreft. Ook geldt dat geen gebruik wordt gemaakt van een zogeheten verantwoordingsvrij bedrag (art. 9.2, vierde lid, van de Verordening). Gemeenten zijn vrij om dat te bepalen.
13.9.3 Termijn besteding pgb
Artikel 9.2, zesde lid en artikel 9.4, derde lid, van de Verordening
De Verordening schrijft voor binnen welke termijn de budgethouder (cliënt) het pgb moet besteden. Die termijn is afhankelijk van de maatwerkvoorziening die met het pgb wordt ingekocht. Wanneer de budgethouder het pgb niet binnen de geldende termijn heeft besteed, dan doet het college onderzoek naar de reden hiervan. Afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek kan er aanleiding zijn om over te gaan tot herziening of intrekking van het pgb-besluit.