Beperking
De wet bepaalt niet wat onder een beperking wordt verstaan. Onder een beperking kunnen aan de cliënt verbonden factoren worden verstaan die ertoe leiden dat de cliënt niet (volledig) in staat is tot zelfredzaamheid en participatie. Denk aan: ouderdomsklachten, ziekte, aandoening of DSM-5 problematiek.
Zelfredzaamheid en participatie
Zelfredzaamheid bevat twee elementen:
het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL),
het voeren van een gestructureerd huishouden.
Participatie heeft betrekking op deelname aan het maatschappelijk verkeer. Dit wil zeggen zoveel mogelijk op gelijke voet met anderen mee kunnen doen aan de samenleving.
Diagnose alleen geeft geen toegang
Het feit dat de cliënt bekend is met een bepaalde diagnose, leidt niet zonder meer tot een noodzaak tot het verstrekken van een maatwerkvoorziening. Het moet duidelijk zijn dat de cliënt door de beperkingen belemmerd wordt in de zelfredzaamheid en/of participatie én dat ‘voorliggende oplossingen’ niet passend zijn in de individuele situatie. Zie onder meer Hoofdstuk 3 Beoordeling van de aanspraak van deze beleidsregels.
Chronisch psychisch probleem
Psychische problemen hebben te maken met gevoelens en gedachten van mensen waarvoor vaak geen fysieke oorzaak is. Psychische problemen worden vastgesteld aan de hand van de DSM-5. Dat is een classificatiesysteem voor psychiatrische aandoeningen. De DSM-5 biedt een geclusterde beschrijving van alle stoornissen op basis van symptomen. Daaronder vallen bijvoorbeeld:
Angststoornissen
Depressie
Persoonlijkheidsproblematiek
Autisme Spectrum Stoornissen (ASS)
Beoordeling ondersteuningsvraag
Dat wil zeggen als uit het onderzoek blijkt dat de ondersteuningsvraag betrekking heeft op een chronisch psychisch probleem (DSM-5 problematiek), bijvoorbeeld een angststoornis, dan zal dat aannemelijk moeten worden door een diagnose. Is de aanvraag om een maatwerkvoorziening primair gericht op het oplossen van een chronisch psychisch probleem (DSM-5 problematiek), dan beoordeelt het college of de maatwerkvoorziening een therapeutisch karakter heeft (zie verder hierna).
Psychosociaal probleem
Psychosociale problematiek is een containerbegrip. Het gaat om problemen die cliënten kunnen ondervinden in hun relaties en contacten met andere mensen. De wetsgeschiedenis van de Wmo 2015 gaat niet concreet in op dit begrip. In de Wmo 2007 was dat wel het geval. Is het verlies van zelfstandig functioneren of een gebrek aan deelname aan het maatschappelijk verkeer het gevolg zijn van iemands problemen in zijn relatie met zijn sociale omgeving, dan is sprake van een psychosociaal probleem (TK 2004/05, 30 131, nr. 3, p. 29). Ongeacht de aard van de psychosociale problematiek, de beperkingen moet wel geobjectiveerd kunnen worden aan de hand van reguliere onderzoeksmethoden (bijv. CRVB:2019:2909 en CRVB:2019:1173). Verder wordt nog opgemerkt dat in artikel 2.3.5, derde lid, van de wet chronische psychische problemen of psychosociale problemen niet worden genoemd maar wel in artikel 2.3.5, vierde lid, van de wet (beschermd wonen en opvang).
Hoofdstuk 2
Artikel 2.11
Beperking, chronisch psychisch probleem en psychosociaal probleem
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Noordoostpolder 2022