Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.3

Uitgangspunten maatwerkvoorziening en persoonsgebonden budget

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Noordoostpolder 2022

Artikel 4.4 van de Verordening 3.3.1 Maatwerkvoorziening gerealiseerd vóór de melding Het kan voorkomen dat de cliënt zijn ondersteuningsvraag pas meldt nadat de maatwerkvoorziening is gerealiseerd. Bijvoorbeeld de badkamer is aangepast en pas daarna wendt de cliënt zich met een ondersteuningsvraag tot het college. Of een cliënt die eerst verhuist van een ongeschikte naar een geschikte woning en zich daarna meldt bij het college. Voor die situaties bepaalt de Verordening dat de maatwerkvoorziening wordt geweigerd omdat deze grondslag niet in de wet zelf is opgenomen (CRVB:2017:433, CRVB:2020:1099). In de praktijk zal het gaan om een verzoek de gemaakte kosten te vergoeden want een (gerealiseerde) maatwerkvoorziening in natura kan niet terugwerkende kracht worden verstrekt. Onbekendheid van cliënten met de geldende regelingen komen in principe voor eigen rekening en risico (vergelijk CRVB:1993:ZB2748). 3.3.2 Maatwerkvoorziening gerealiseerd vóór besluitname Het kan ook voorkomen dat de cliënt een maatwerkvoorziening realiseert hangende de procedure van de melding en de beslissing op de aanvraag. Dat wil zeggen: de cliënt heeft de beslissing op de aanvraag niet afgewacht. In zo’n situatie wordt de maatwerkvoorziening (al dan niet in de vorm van een pgb) alleen verstrekt als de cliënt het college om toestemming heeft gevraagd en die toestemming schriftelijk heeft verkregen. Denk bijvoorbeeld aan een situatie waarin de cliënt een woning kan verkrijgen en de normale procedure niet kan afwachten omdat de woning dan aan iemand wordt toegewezen of verkocht. 3.3.3 Niet gerealiseerd, noodzaak achteraf vaststellen Er kan ook sprake zijn van een nog niet gerealiseerde maatwerkvoorziening voordat de cliënt zijn ondersteuningsvraag heeft gemeld of het college heeft beslist op de aanvraag. Echter door zich niet eerder te melden kan het zijn dat het college de mogelijkheid is ontnomen om nog te kunnen beoordelen of er een noodzaak is voor een maatwerkvoorziening. En zo ja, welke. Kan het college de noodzaak nog wel vaststellen, dan kan worden overgegaan tot het verstrekken van een maatwerkvoorziening dan wel in de vorm van een pgb die als goedkoopst passende bijdrage wordt aangemerkt (vergelijk CRVB:2012:BV5418). Denk bijvoorbeeld aan de situatie waarin de cliënt al is begonnen met het aanpassen van de badkamer door het bad te verwijderen. De vraag is of het college op dat moment nog, aan de hand van bijvoorbeeld bouwtekeningen of foto’s, kan vaststellen dat de al in gang gezette aanpassing noodzakelijk was, en zo ja wat de goedkoopst passende bijdrage is. 3.3.4 Nieuwe pgb-aanvraag binnen budgetperiode Aan de cliënt kan een pgb worden verstrekt als wordt voldaan aan de verschillende voorwaarden. Dat wil feitelijk zeggen dat het college heeft vastgesteld dat de budgethouder, al dan niet met hulp van diens vertegenwoordiger, verantwoordelijk kan worden gehouden voor het gebruik (besteding) van het pgb binnen de geldende budgetperiode. Een cliënt kan zich echter binnen de budgetperiode opnieuw melden. Het pgb hoeft niet uitsluitend aan de geïndiceerde maatwerkvoorziening te worden besteed, maar wel voor het doel (resultaat) waarvoor het pgb is verstrekt (bijv. CRVB:2018:3102, CRVB:2018:819, CRVB:2009:BK2502). Heeft de cliënt het pgb binnen de budgetperiode volledig besteed en is de maatwerkvoorziening verloren gegaan, dan verstrekt het college niet opnieuw een pgb (CRVB:2018:818). Onder verloren gaan wordt bijvoorbeeld verstaan het niet meer functioneren van een tweedehands voorziening die met het volledige toegekende pgb is aangeschaft. De gevolgen van de door de budgethouder gemaakte keuze in de besteding van het pgb komen namelijk voor diens rekening en risico. Dat is alleen anders als de maatwerkvoorziening weliswaar verloren is gegaan maar dat niet aan de budgethouder is te wijten. Ook bij gewijzigde omstandigheden in de ondersteuningsbehoefte zal er geen aanleiding zijn om een pgb op voorhand te weigeren. 3.3.5 Ingangsdatum diensten Wordt een aanvraag gedaan voor een dienst, zoals huishoudelijke ondersteuning, die al door de cliënt is gerealiseerd, kan er wel een indicatie voor een maatwerkvoorziening worden verstrekt. Er wordt in principe niet met terugwerkende kracht geïndiceerd (zie hiervoor en vergelijk CRVB:2019:772). Dit laat overigens onverlet dat de inzet van een maatwerkvoorziening in natura bij spoedeisende gevallen onverkort van toepassing blijft. 3.3.6 Technisch geschikte maatwerkvoorziening De ondersteuningsvraag kan gericht zijn op het vervangen van een eerder met een pgb aangeschaft hulpmiddel, zoals een scootmobiel of een tillift. Is de budgetperiode verstreken, dan geldt het volgende uitgangspunt. Voldoet de eerder met het pgb aangeschafte maatwerkvoorziening nog aan de daaraan te stellen kwaliteitseisen, dan beoordeelt het college of het verstrekken van een pgb voor reële instandhoudingskosten als goedkoopst passende bijdrage kan worden aangemerkt. In de praktijk gaat het om (aangeschafte) maatwerkvoorzieningen die technisch gezien nog niet zijn afgeschreven. Dat wil zeggen ze nog voldoen in de zin van kwaliteit én het resultaat dat bereikt moet worden. De strekking van deze bepaling heeft ook betrekking op de maatwerkvoorziening in natura. 3.3.7 Afdoende verzekeren Neemt de cliënt een maatwerkvoorziening (al dan niet aangeschaft met een pgb) mee naar het buitenland, dan is hij/zij verantwoordelijk een afdoende verzekering af te sluiten tegen verlies, schade of diefstal. In de praktijk zal het meestal gaan om een hulpmiddel zoals een rolstoel. De kosten vallen binnen het pgb of komen voor rekening van het college in geval van een maatwerkvoorziening in natura. 3.3.8 Afsluiten opstalverzekering Het is van belang dat de te verzekeren waarde van de woning dan wel de waarde van de verstrekte woningaanpassing is gedekt voor het risico van schade. Daarom zal de cliënt aan wie een woningaanpassing voor de eigen woning is verstrekt, al dan niet in de vorm van een pgb, moeten zorgen voor een (aangepaste) opstalverzekering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel