Tijdens het onderzoek wordt bekeken of de cliënt is aangewezen op een maatwerkvoorziening in de vorm van begeleiding en zo ja, welke. Zo’n indicatie is natuurlijk ook afhankelijk van de aard en de mate van de beperkingen in de zelfredzaamheid en/of participatie. Het gaat om een te bereiken resultaat. Op grond daarvan bepaalt het college ook waar de begeleiding op is gericht:
oplossen van de problematiek. Dat wil zeggen: er is tijdelijk een maatwerkvoorziening nodig,
ontwikkeling van de cliënt. Dat wil zeggen: de begeleiding bestaat uit methodisch handelen gericht op ontwikkeling.
stabilisatie van de problematiek. Denk in dit verband aan een cliënt voor wie de beperkingen niet met voorliggende oplossingen kunnen worden weggenomen of er geen (enkel) ontwikkelperspectief wordt vastgesteld.
6.5.1 Reikwijdte en integraal werken
De gebieden die tijdens het onderzoek worden uitgevraagd vallen niet allemaal (volledig) binnen de reikwijdte van de Wmo 2015. Het breed uitvragen op verschillende gebieden maakt het mogelijk om cliënten op een goede manier door te geleiden naar andere regelingen maar ook om de maatwerkvoorziening af te stemmen op die regelingen, als daar aanleiding voor is (art. 2.3.5, vijfde lid, van de wet). Op die manier wordt (betere) integrale dienstverlening aan inwoners bereikt. Hierna wordt een voorbeeld genoemd.
Financiën/ administratie
Voor zover de problematiek betrekking heeft op het oplossen van schulden, waarvoor het minnelijk (gemeentelijke) of wettelijke (WSNP) traject is bedoeld, valt de begeleiding buiten de reikwijdte van de Wmo 2015. Dan kan alleen tijdelijk begeleiding worden verstrekt voor een toeleiding (warme overdracht) naar bijvoorbeeld het financieel loket. Naast eventuele schulddienstverlening kan dan ook toeleiding naar budgetbeheer of bewindvoering worden opgepakt. Bij het financieel loket kan ook worden bekeken of de cliënt eventueel aanspraak kan maken of inkomensondersteunende maatregelen.
Wettelijk beschermingsmaatregelen
Er bestaan een aantal wettelijke beschermingsmaatregelen; bij de kantonrechter kan een verzoek om toelating worden gedaan. Tegen de achtergrond van de problematiek binnen dit resultaatgebied zijn dat:
Beschermingswind. Als iemand niet meer alleen voor zijn financiële zaken kan zorgen, kan hij hulp daarbij krijgen door zijn vermogen onder bewind te laten stellen en zijn financiële zaken door een ander laten regelen. Problematische schulden en verkwisting kunnen redenen zijn om beschermingsbewind uit te spreken.
Curatele. Als iemand zowel zijn persoonlijke én financiële zaken niet meer zelf kan regelen. Persoonlijke zaken zijn bijvoorbeeld een medische behandeling of verpleging. Het gaat om personen die handelingsonbekwaam zijn.
Mentorschap. Als iemand alleen niet meer voor zijn persoonlijke en immateriële zaken kan zorgen, kan hij een mentor krijgen om hem te helpen.
6.5.2 Aandachtspunten
De cliënt kan beperkingen ondervinden op verschillende gebieden (zie verder hierna). Het college maakt bij het onderzoek ook gebruik van Bijlage 5 Aandachtspunten resultaatgebieden begeleiding bij deze beleidsregels. Deze aandachtpunten kunnen van belang zijn om het resultaat maar ook de omvang en frequentie van de begeleiding vast te stellen.
6.5.3 Resultaat
Het college stelt tijdens het onderzoek vast welk resultaat of welke resultaten bereikt moeten worden en welke aandachtspunten er eventueel zijn bij het bieden van de begeleiding. Daaruit volgt de begeleiding waarop de cliënt is aangewezen qua aard, omvang en frequentie. Dat wordt aangeduid met een intensiteit. Begeleiding kan worden geïndiceerd in vijf intensiteiten: waakvlamcontact, licht, middel, zwaar of intensief. Om de intensiteit te bepalen maakt het college bij het onderzoek ook gebruik van Bijlage 7 Bepalen ernst van de problematiek (onderscheid licht, matig, zwaar) bij deze beleidsregels. Het college hanteert de volgende intensiteiten:
Intensiteit
Ondergrens uren per maand
Bovengrens uren per maand
Waakvlamcontact
-
tot en met 4 uur
Licht
meer dan 4 uur
tot en met 9 uur
Middel
meer dan 9 uur
tot en met 18 uur
Zwaar
meer dan 18 uur
tot en met 26 uur
Intensief
meer dan 26 uur
-
Geen optelsom
Het kan zijn dat op meerdere gebieden te behalen resultaten te formuleren zijn. Voor wat betreft de omvang van de indicatie voor begeleiding is het niet zo dat de ureninschatting per gebied bij elkaar worden opgeteld. Hat gaat om maatwerk: het bereiken van het resultaat is leidend. Zo kan bijvoorbeeld in een bepaalde volgtijdelijkheid worden gewerkt aan de te bereiken resultaten. In Bijlage 6 Voorbeelden te bereiken resultaten begeleiding worden een aantal voorbeelden van te bereiken resultaten genoemd.
Haalbaar resultaat
Het college en de cliënt brengen samen een prioritering aan. Zij maken een keuze aan welk resultaat of welke resultaten eerst wordt gewerkt. Op deze wijze wordt aan een haalbaar resultaat gewerkt. Daarom is het van belang de gebieden na te lopen bij een tussentijdse evaluatie. Bijvoorbeeld bij een cliënt met verslavingsproblematiek is veelal sprake van verschillende aandachtsgebieden, zoals verslaving, schuldenproblematiek, persoonlijke verzorging, maar in de praktijk heeft het resultaat verslaving de prioriteit en zal het bereiken van het resultaat op het gebied verslaving automatische een verbetering opleveren op de andere aandachtsgebieden.
6.5.4 Intensiteit waakvlamcontact
De intensiteit waakvlamcontact is bedoeld als:
manier om af te schalen,
nazorg en monitoring,
preventie om zwaardere begeleiding te voorkomen,
de “zorgmijdende” cliënt de toegekende begeleiding niet gebruikt (no show).
Manier om af te schalen
Voordat de begeleiding daadwerkelijk wordt afgeschaald wordt eerst gekeken of in het netwerk van de cliënt een persoon beschikbaar en geschikt is die de functie van het waakvlamcontact op zich kan nemen. Dat wil zeggen: bij een indicatie zoekt de aanbieder samenwerking met die persoon. Het waakvlamcontact wordt dan belegd bij die persoon en heeft als doel om een vinger aan de pols te houden in de overgang naar het afbouwen van de begeleiding en/of na beëindiging van de begeleiding. Zijn er geen mogelijkheden binnen het eigen netwerk, dan biedt de aanbieder het waakvlamcontact.
Nazorg en monitoring
Cliënten zijn goed in beeld bij aanbieders. Daarom hoeft de cliënt niet steeds opnieuw een vraag te stellen of een intake te doorlopen. De aanbieder bewaakt dat de zelfredzaamheid van de cliënt niet afneemt. Daarnaast kan “uitstroom” naar voorliggende oplossingen ingezet of behouden worden.
Preventie om zwaardere begeleiding te voorkomen
Bij waakvlamcontact is de begeleiding tijdig aanwezig om op te schalen bij dreigende terugval. Op die manier hoeven de problemen van een cliënt niet verder op te stapelen. De cliënt kan terugvallen op de aanbieder als het even wat minder goed gaat. Als dat nodig is kan de aanbieder ook begeleiding bieden bij het formuleren van een ondersteuningsvraag en toeleiding tot (meer) ondersteuning.
Zorgmijders
Het gaat bij zogeheten “zorgmijders” om cliënten aan wie weliswaar begeleiding is toegekend maar die daar geen gebruik van maken (no show). In die situaties wordt het eerdere toekenningsbesluit vervangen door een toekenning begeleiding waakvlamcontact. Het kan ook een manier zijn om de ondersteuning voor (nieuwe) cliënten, aan wie nog geen begeleiding is verstrekt, op een laagdrempelige manier op te starten.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.5
Bereiken van een resultaat
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Noordoostpolder 2022