De jeugdige kan in aanmerking komen voor vervoer naar en van de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden (zie art. 3.4 van de Verordening). Dit als er naar oordeel van het college een medische noodzaak bestaat voor het vervoer en/of de jeugdige gelet op beperkingen in de zelfredzaamheid is aangewezen op het vervoer.
Eigen mogelijkheden jeugdige
Ook onderzoekt het college of de jeugdige in staat is om veilig zelfstandig lopend, al dan niet met een algemeen gebruikelijk loophulpmiddel, of zelfstandig met een algemeen gebruikelijk vervoermiddel te reizen naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden.
Eigen mogelijkheden ouder(s)
Wanneer de jeugdige de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden niet zelf kan bereiken onderzoekt het college de eigen mogelijkheden van de ouder(s) om de jeugdige naar de locatie te brengen en weer op te halen. Het uitgangspunt is dat de ouder(s) het vervoer en/of de begeleiding bieden aan de jeugdige bij het vervoer. Daarbij is van belang of de locatie bereikt kan worden met het Openbaar Vervoer of met een algemeen gebruikelijk vervoermiddel. Denk aan een fiets of een (eigen) auto. Wordt jeugdhulp in de vorm van kortdurend verblijf verstrekt om de ouder(s) en/of personen uit het sociaal netwerk te ontlasten, dan wordt van de ouder(s) in principe verwacht dat zij hun kind naar de ‘logeerlocatie’ brengen.
Personen sociaal netwerk
Ook kunnen personen uit het sociaal netwerk (niet zijnde de ouders) de jeugdige begeleiden (brengen) naar en van de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden. Deze hulp wordt vrijwillig geboden.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.5
Artikel 3.5.7
Vervoer locatie jeugdhulp
Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp gemeente Noordoostpolder 2022