Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6:

Artikel 10:

vrijlating

Onderdeel van Re-integratiebesluit Participatiewet Midden-Groningen 2022

De uitkeringsgerechtigde die arbeid in loondienst verricht komt ambtshalve in aanmerking voor vrijlating van inkomsten uit arbeid als bedoeld in artikel 31, tweede lid onder n, r en Y van de Participatiewet en als bedoeld in artikel 8 tweede lid van de IOAW en in artikel 8 derde lid van de IOAZ. In aanvulling op de wet, de IOAW, de IOAZ worden in de volgende gevallen de inkomsten uit arbeid niet vrijgelaten: indien de arbeid al aangevangen was op een datum gelegen voor de ingangsdatum van de bijstand; indien het geen algemeen geaccepteerde arbeid is; als de maximale termijn van vrijlating is verstreken; indien sprake is van inkomsten die door belanghebbende niet, niet volledig of niet tijdig zijn gemeld aan het college. De vrijlating is een individueel recht en geldt voor ieder van de gezinsleden vanaf 27 jaar. De vrijlating gaat in vanaf de dag waarop voor het eerst inkomsten zijn verworven die recht geven op een vrijstelling. Er is geen sprake meer van een keuze voor een ingangsdatum van de vrijlating. Het moment waarop voor het eerst inkomsten zijn verworven die in aanmerking komen voor de vrijlating is bepalend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel