Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 7:

ontheffing tijdelijke arbeidsplicht

Onderdeel van Re-integratiebesluit Participatiewet Midden-Groningen 2022

Belanghebbende wordt op zijn verzoek geheel of gedeeltelijk ontheven van de arbeidsverplichting als en voor zover dit noodzakelijk is als gevolg van: sociale, medische of psychische redenen én sprake is van zodanige belemmeringen dat in redelijkheid niet gevergd kan worden dat belanghebbende geheel of gedeeltelijk voldoet aan de arbeidsverplichting, dit voor zo lang deze reden voortduurt en maximaal voor de duur van 36 maanden; het verrichten van mantelzorg voor bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad of pleegkind(eren), voor het aantal uren van het voor werk beschikbare deel van de dag en voor zover de zorg onvermijdelijk is en redelijkerwijs slechts verricht kan worden door belanghebbende, de ontheffing geldt tot zolang de noodzaak voortduurt en maximaal voor de duur van 36 maanden. Onder bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad wordt tevens begrepen de levenspartner waarmee een geregistreerd partnerschap is aangegaan of waarmee belanghebbende een gezamenlijke huishouding voert. het volgen van een inburgeringsprogramma in het kader van de Wet Inburgering voor de duur van het programma en naar rato van de tijd die de aanvrager van de inburgering kwijt is aan dit programma. Het college verleent op verzoek van de alleenstaande ouder met een ten laste komend kind tot 12 jaar gehele of gedeeltelijke ontheffing van de verplichting om algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden als het college niet genoegzaam overtuigd is van: de beschikbaarheid van passende kinderopvang; de toegankelijkheid en plaatsing van passende scholing; de belastbaarheid van de alleenstaande ouder met een ten laste komend kind tot 12 jaar, dit voor zolang deze situatie voortduurt en die ouder de volledige zorg heeft voor het tot zijn last komende kind. De duur van de ontheffing genoemd in dit artikel onder het eerste en tweede lid is maximaal 36 maanden. Dit kan na een nieuw onderzoek van het college verlengd worden met telkens maximaal 36 maanden. Belanghebbende moet aantonen dat er sprake is van een situatie als bedoeld in het eerste of tweede lid. Het verrichten van onbetaalde arbeid als alternatieve straf leidt niet tot het ontheffen van de re-integratie- en arbeidsplicht. Als dat nodig is en voor zover deze werkzaamheden niet in een weekend of in de avonduren verricht kunnen worden, geeft het college toestemming voor het verrichten van deze werkzaamheden. Het college vraagt hiervoor bij de klant een verklaring op van het bureau alternatieve straffen om te kunnen beoordelen of het niet mogelijk is om in het weekend en/of in de avonduren als alternatieve straf te werken.

Rechtspraak bij dit artikel