Volgens de artikelen 22 en 23 van de wet legt het college een bestuurlijke boete op als de inburgeringsplichtige:
niet verschijnt op de brede intake
niet meewerkt aan de brede intake
niet meewerkt aan het afleggen van de leerbaarheidstoets
niet of onvoldoende meewerkt aan de begeleiding binnen het PIP
zich niet houdt aan de vastgestelde intensiteit van het PVT
zich niet houdt aan de vastgestelde intensiteit van de MAP
zich niet houdt aan de vastgestelde intensiteit van de leerroute
Op grond van artikel 27 van de wet legt het college in afwijking van het eerste lid onder d geen boete op als de inburgeringsplichtige een uitkering op grond van de Participatiewet ontvangt, deze is verlaagd op grond van artikel 18 van de Participatiewet en de Afstemmingsverordening en het gaat om de volgende verplichtingen:
het aanvaarden of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid;
inschrijving als werkzoekende bij tenminste 4 uitzendbureaus;
tijdige registratie als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en tijdige verlenging van de registratie;
het naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen;
het naar vermogen verkrijgen, behouden en aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid niet belemmeren door kleding, gebrek aan persoonlijke verzorging of gedrag
Als in de gevallen genoemd in het tweede lid is afgezien van een verlaging of de verlaging is gematigd op grond van artikel18 lid 9 of 10 van de Participatiewet / de afstemmingsverordening of de verlaging is herzien op grond van artikel 18 lid 11 van de Participatiewet/de afstemmingsverordening wordt op grond van artikel 5:46 van de Awb afgezien van het opleggen van een boete.
In de beschikking aan de inburgeringsplichtige vermeldt het college of er een boete op grond van de wet wordt opgelegd of dat de uitkering wordt verlaagd op grond van de Participatiewet.
Artikel 6.
Samenhang met handhaving op grond van de Participatiewet
Onderdeel van Beleidsregels inburgering gemeente Midden-Groningen 2022