In deze verordening wordt verstaan onder:
bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen weergegeven op de kaart in bijlage 1 bij deze verordening;
bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Bouwverordening;
college: het college van burgemeester en wethouders van Den Helder;
duingebied: het binnen de gemeente Den Helder gelegen deel van het Natura-2000 gebied “Duinen Den Helder-Callantsoog” zoals is aangegeven op de kaart behorende bij het op 7 januari 2007 door de minister van Landbouw Natuurbeheer en Voedselkwaliteit gepubliceerde ontwerp-besluit tot aanwijzing van dit gebied als speciale beschermingszone in de zin van artikel 4, vierde lid, van de Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992, een en ander met inbegrip van de in dit gebied aanwezige wegen en paden;
gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet;
handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;
motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
openbaar water: alle wateren die - al dan niet met enige beperking - voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn waaronder niet zijn begrepen de wateren in het buitenhavengebied. Op laatstgenoemde wateren is de Verordening op het beheer en gebruik der haven -de zogenoemde havenverordening- van toepassing;
openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties;
parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht;
strand: het zeestrand met inbegrip van de duinhellingen of het beloop der duinen, de droogliggende banken en opgangen van wegen en paden die toegang geven tot het strand;
voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;
weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994;
zeewering: het dijktalud dat begrensd wordt door de zeewaterlijn en de teen van het talud aan de landzijde, en dat gelegen is tussen het Wierhoofd en kilometerpaal 1.0;
Hoofdstuk 1.
Artikel 1:1