Naar hoofdinhoud

Artikel 10.

Persoonsgebonden budget (pgb)

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Maassluis Vlaardingen Schiedam 2021

1.. Het college verstrekt in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet een pgb. 2.. Onverminderd artikel 2.3.6, tweede lid en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb: voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de melding heeft gemaakt; voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende tussen het moment van de melding en voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt, tenzij daarvoor van tevoren schriftelijk toestemming is verleend door het college of nog is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was op het moment van aanschaffen; indien uit onderzoek duidelijk is geworden dat een zaak die zal worden ingekocht met het pgb niet langdurig adequaat is voor de cliënt; voor de maatwerkvoorziening opvang en collectief vervoer. 3.. Het tarief voor een pgb: wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden; wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede maatwerkvoorzieningen van derden te betrekken, en; bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente beschikbare maatwerkwerkvoorziening in natura. 4.. De hoogte van een pgb wordt vastgesteld voor: maatwerkvoorziening schoon huis en maaltijd-/kinderverzorging door een particuliere hulp (geen zzp-er) of een persoon die behoort tot het sociale netwerk: het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij hulp bij het huishouden van de voor de betreffende periode geldende CAO VVT (Verpleeg- en verzorgingshuizen en Thuiszorg), te vermeerderen met 8% vakantiegeld en de tegenwaarde van de verlofuren. Maatwerkvoorziening schoon huis en maaltijd- en kinderverzorging door een zzp-er: brutominimumloon, vermeerderd met 8% vakantiegeld en 60% sociale lasten (bijlage 1a). meedoen in de stad begeleiding basis en speciaal en persoonlijke verzorging door een niet daartoe opgeleid persoon of een persoon die behoort tot het sociale netwerk: het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij de Functie Waardering Gezondheidszorg (FWG 30) van de voor de betreffende periode geldende CAO VVT (Verpleeg- en verzorgingshuizen en Thuiszorg), te vermeerderen met 8% vakantiegeld en de tegenwaarde van de verlofuren. meedoen in de stad begeleiding basis en persoonlijke verzorging door een daartoe opgeleid persoon/zzp-er: brutoloon trede 10 functieschaal 40 GGZ, vermeerderd met 8% vakantiegeld en 60% sociale lasten (bijlage 1a). meedoen in de stad begeleiding speciaal door een daartoe opgeleid persoon/zzp-er: brutoloon trede 10 functieschaal 50 GGZ, vermeerderd met 8% vakantiegeld en 60% sociale lasten (bijlage 1a). maatwerkvoorziening schoon huis en maaltijd-/kinderverzorging, en meedoen in de stad begeleiding, persoonlijke verzorging, dagbesteding, (rolstoel)vervoer naar dagbesteding en logeren door een zorginstelling met AGB-code (geen zzp-er): het tarief dat hiervoor wordt gehanteerd door de door het college gecontracteerde aanbieders (bijlage 1a). beschermd wonen door een zorginstelling met AGB-code: het tarief dat wordt gehanteerd door de door het college gecontracteerde aanbieders voor de voor cliënt noodzakelijke bouwstenen van beschermd wonen (bijlage 1a). een overige woonvoorziening/woningaanpassing: het bedrag van een door het college geaccepteerde offerte voor de goedkoopst adequate voorziening, inclusief een eventueel door het college te ontvangen korting en inclusief een bedrag voor instandhoudingskosten, indien van toepassing. een overige vervoersvoorziening/vervoersaanpassing: het bedrag van een door het college geaccepteerde offerte voor de goedkoopst adequate voorziening, inclusief een eventueel door het college te ontvangen korting en inclusief een bedrag voor instandhoudingskosten, indien van toepassing. rolstoelvoorziening: het bedrag van een door het college geaccepteerde offerte voor de goedkoopst adequate voorziening, inclusief een eventueel door het college te ontvangen korting en inclusief een bedrag voor instandhoudingskosten. 5.. Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot zijn sociaal netwerk: dat deze persoon niet heeft aangegeven dat de zorg aan de belanghebbende hem te zwaar valt (overbelasting); dat tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit het pgb mogen worden betaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel