**1..** Het college verbindt aan de vergunning het voorschrift dat binnen een door het college te bepalen termijn en overeenkomstig door het college te geven aanwijzingen wordt herplant, tenzij zwaarwegende argumenten zich daartegen verzetten.
**2..** In het voorschrift als bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen.
**3..** De verplichtingen en voorschriften tot herplanten kunnen tevens gelden voor houtopstanden kleiner dan de in artikel 1 sub a. genoemde minimummaat, indien het bomen betreft die opgenomen zijn in de lijst als bedoeld in artikel 3.
**4..** Indien niet ter plaatse of op een andere locatie binnen het project kan worden herplant, verbindt het college aan de vergunning het voorschrift dat een geldelijke bijdrage ter hoogte van de monetaire boomwaarde van de gevelde houtopstand van tenminste € 4.600,- per boom gestort dient te worden in het gemeentelijk herplantfonds of een vergelijkbare gemeentelijke herplantregeling. De vergoeding behorend bij de herplantplicht geldt niet voor percelen met een woonbestemming waarop reeds de woning wordt bewoond, maar wel voor gemeenschappelijke tuinen behorend bij wooncomplexen.
**5..** Tot aan de vergunning te verbinden voorschrift behoort dat op en bij bouw- en aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of reconstructie de te vellen bomen gedurende de bezwarentermijn herkenbaar moeten zijn gemarkeerd.
**6..** Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen behoren aanwijzingen ter bescherming van nabijgelegen houtopstand en voorschriften ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna.