Naar hoofdinhoud
In deze beleidsregels wordt verstaan onder: Gehandicaptenparkeerkaart: Een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het BABW. Gehandicaptenvoertuig: Een voertuig dat is ingericht voor het vervoer van een gehandicapte, niet breder is dan 1,10 meter en niet is uitgerust met een motor, dan wel is toegerust met een motor waarvan de door de constructie bepaalde maximumsnelheid niet meer dan 45 km per uur bedraagt, en geen bromfiets is. Parkeren: Het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk laden of lossen van goederen, binnen de gemeente, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden. Gehandicaptenparkeerplaats: Parkeerplaats aangeduid met bord E6 uit Bijlage I van het RVV 1990 waar uitsluitend mag worden geparkeerd door: a. een gehandicaptenvoertuig, of b. een motorvoertuig op meer dan twee wielen waarin een geldige gehandicaptenparkeerkaart duidelijk zichtbaar is aangebracht, of c. indien de gehandicaptenparkeerplaats is gereserveerd voor een bepaald voertuig, dat voertuig. Bestuurder: Degene die het motorvoertuig of gehandicaptenvoertuig bestuurt. College: College van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem. Stallingsplaats: een parkeerplaats op eigen erf die niet voor openbaar verkeer is bedoeld: een oprit; een garage; een los van de woning gehuurde of gekochte garagebox binnen een loopafstand van 100 meter van de woning; een plek in een parkeergarage of op een parkeerterrein die juridisch, feitelijk of planologisch is bestemd voor het adres van verzoeker en die niet voor openbaar verkeer is bedoeld. (zoals bijvoorbeeld bij een flatgebouw met bijbehorende eigen grond) Eigenaar: degene die beschikt over een op zijn naam gesteld kentekenbewijs van het voertuig of degene die blijkens een leaseovereenkomst gebruiker is van het voertuig.

Rechtspraak bij dit artikel