Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Inleiding

Onderdeel van Beleidsregel huisbezoek gemeente Altena 2022

In het kader van handhaving van de Participatiewet (P-wet) en andere gemeentelijke sociale zekerheidsregelingen wordt onder andere het huisbezoek als middel gebruikt bij de beoordeling van het recht op een uitkering. Het huisbezoek is een belangrijk middel om de leefsituatie van een cliënt te onderzoeken. Veelal is er voor de bewijsvoering van een gezamenlijke huishouding, een onjuist opgegeven adres of het vaststellen van in de woning aanwezige bezittingen een huisbezoek noodzakelijk. Een huisbezoek maakt in dergelijke situaties de poortwachtersfunctie van de gemeente compleet. Het voegt de waarneming van de situatie ter plekke toe aan de kennis die er al is met betrekking tot de cliënt, op basis van verificatie en validatie van gegevens en de verklaring van de cliënt. Tot 2013 moest er een gegronde reden zijn voor het huisbezoek, ofwel een redelijke grond. De gemeente mag dus niet zomaar een huisbezoek afleggen, zonder duidelijke aanwijzingen - concrete feiten - dat de cliënt fraudeert. Met de invoering van de Wet huisbezoeken1Wet van 4 oktober 2012, houdende een regeling in de sociale zekerheid van de rechtsgevolgen van het niet aantonen van de leefsituatie na het aanbod van een huisbezoek (Staatsblad 2012;463) op 1 januari 2013 denkt de wetgever ook huisbezoeken mogelijk te maken als er geen redelijke grond is. De gemeente krijgt meer mogelijkheden om een huisbezoek af te leggen. Wet huisbezoeken vanaf 1 januari 2013 Artikel 53a Participatiewet, artikel 14 IOAW en artikel 14 IOAZ zijn gewijzigd door de Wet huisbezoeken. Met deze wet wil de regering meer mogelijkheden geven om de leefsituatie vast te stellen van mensen die een uitkering aanvragen of ontvangen. Daarbij gaat het vooral om de vraag of de ontvanger van de uitkering samenwonend is of alleenstaande (ouder). Ook moeten deze mensen kunnen aantonen dat ze daadwerkelijk op het ingeschreven GBA adres wonen en dat ze de kosten van het bestaan niet kunnen delen. Met deze wet is bereikt dat de eis van gerede twijfel aan de juistheid van de door de klant verstrekte informatie niet meer nodig is om er rechtsgevolgen aan te kunnen verbinden als de klant weigert mee te werken aan een huisbezoek. Hiervoor wordt aangesloten bij de inlichtingenplicht van de klant. Als er na verificatie van de beschikbare informatie onduidelijkheid blijft bestaan en de klant weigert een huisbezoek en kan het ook niet op een andere manier aantonen, dan is een huisbezoek gerechtvaardigd. Dit is van belang voor artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM): het ingezette middel (huisbezoek) moet noodzakelijk en proportioneel zijn voor het doel (vaststellen van de leefsituatie). Het doel moet ook niet op een andere manier kunnen worden bereikt ((subsidiariteitsbeginsel). Alleen als de klant niet op een andere manier zijn leefsituatie aannemelijk maakt of kan maken, mag er een huisbezoek worden afgelegd. Omdat huisbezoeken een inbreuk betekenen op de privacy van de cliënt, is het huisbezoek omgeven met ‘spelregels’. De beleidsregel bevat deze regels. De in de beleidsregel beschreven werkwijze geldt als verplichting voor alle huisbezoeken die door medewerkers van de gemeente Altena worden afgelegd. De beleidsregel behandelt alleen de werkwijze voor huisbezoeken die medewerkers afleggen in het kader van de Participatiewet, de IOAW en de IOAZ en heeft hierdoor een bestuursrechtelijk karakter. Huisbezoeken in het kader van een strafrechtelijk onderzoek worden alleen verricht door sociaal rechercheurs en vallen onder een ander (hier niet nader omschreven) regime. Deze beleidsregel is opgesteld om alle zaken aan de orde te stellen die nauw samenhangen met het uitvoeren van een huisbezoek. Onderwerpen als wetskennis, veiligheid en het onderkennen van fraudesignalen worden hierin besproken.

Rechtspraak bij dit artikel