Welke warmtevoorziening het meest geschikt is, is te zien in Figuur 11. Op de kaart zien we de volgende zones:
Individuele of klein collectieve oplossingen
Het buitengebied, bedrijfsterreinen en delen van buurten in het dorp.
In het buitengebied staan veel vrijstaande huizen, die vaak ver uit elkaar staan. Hier zijn individuele oplossingen per woning het meest voordelig. Een warmtenet is namelijk al snel te kostbaar om aan te leggen, omdat de huizen ver uit elkaar liggen. Ook in delen van buurten in het dorp is de bebouwingsdichtheid laag, waardoor individuele oplossingen het best uitpakken.
In deze wijken is de strategie om eerst goed te isoleren, en dan over te stappen op bijvoorbeeld een luchtwarmtepomp of een bodemwarmtepomp. Ook klein-collectieve oplossingen zijn hier een optie, zoals een gezamenlijke bodemwarmtepomp voor 3 tot 7 woningen (via een mini-warmtenet). Woningen die al goed geïsoleerd zijn (de groene gebieden in het warmteprofiel van Figuur 9), kunnen vaak direct overstappen op een warmtepomp, soms na aanpassing van de radiatoren. Liefst op een natuurlijk moment, zoals bij het vervangen van de cv-ketel.
Individueel of met warmtenet
Delen van de buurten in het dorp
In deze gebieden is het nog onzeker wat de meest rendabele oplossing is: individueel of met een warmtenet. Er moet in meer detailonderzoek gedaan worden naar de besparingsmogelijkheden, de beschikbaarheid van nabije warmtebronnen en de kosten van het exploiteren van de warmtebronnen. Wanneer in aangrenzende gebieden een warmtenet gerealiseerd wordt, bijvoorbeeld voor nieuwbouw, kan dit een kans zijn om een gebied ook op dit warmtenet aan te sluiten.
Individueel of duurzaam gas
Oude (lint)bebouwing in de dorpskern
In het oude dorpscentrum staan veel oudere woningen en monumenten, die ook in de toekomst waarschijnlijk een hogere temperatuur warmteafgifte nodig hebben (de rode gebieden in het warmteprofiel van Figuur 9). Dit zijn gebieden waar duurzaam gas (biogas of waterstof) mogelijk de beste optie is in 2050.
De toekomstige beschikbaarheid van zowel biogas als waterstof is echter onzeker. Beiden zijn schaars, en zullen dat naar verwachting blijven. Daarom zijn ook individuele oplossingen, zoals een warmtepomp of een pelletkachel, hier een optie. Hiervoor moeten de meeste woningen wel eerst vergaand geïsoleerd worden.
Vanwege de onzekerheid, zullen deze gebieden niet als eerste aangepakt worden – we wachten de ontwikkelingen rond duurzaam gas af. In de tussenliggende jaren zetten we in op energiebesparing via isolatie en hybride warmtepompen.
Figuur 11. Visie op de warmtevoorziening in 2050. Een kaart met de gehele gemeente Scherpenzeel is te vinden in bijlage C.