Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Belastbaar feit en belastingplicht

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2022

1.. De belasting wordt geheven van degene die een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt of persoonlijk recht gebruikt. 2.. Voor het eigenarendeel wordt, als het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebben krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Ingeval het perceel een roerende zaak is, wordt naar omstandigheden beoordeeld wie als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht moet worden beschouwd. 3.. Voor het gebruikersdeel wordt: Gebruik van een perceel door de leden van een huishouden dat door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar als gebruiker wordt aangemerkt Gebruik door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; Het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel