Het college kan een eenmalige subsidie verlenen voor het treffen van de volgende fysieke gebouwgebonden voorzieningen in het in artikel 2.1, eerste lid, bepaalde gebied:
In een wooncomplex, welke daardoor -ten dele- aardgasvrij wordt:
Een collectieve gasgestookte ruimteverwarmingsinstallatie omzetten naar een aardgasvrije.
Een collectieve gasgestookte ruimteverwarmingsinstallatie omzetten naar een hybride systeem.
Een collectieve gasgestookte tapwaterinstallatie omzetten naar een aardgasvrije.
Een collectieve gasgestookte installatie omzetten naar een lage-temperatuur (55 graden) systeem.
In een bestaande woning, welke daardoor – ten dele – aardgasvrij wordt.
1. Isoleren van woning tot en met bouwjaar 1945
a. HR++ glas.
b. Triple glas.
c. Vacuümglas.
d. Dakisolatie voor schuin dak.
e. Dakisolatie voor plat dak.
f. Isolatie d.m.v. voorzetwand.
2. Isoleren van woning vanaf bouwjaar 1946
a. Triple glas.
b. Dakisolatie voor schuin dak.
c. Dakisolatie voor plat dak.
d. Isolatie d.m.v. voorzetwand.
3. Ventileren van de woning
a. Vraaggestuurde balansventilatie met WTW (luchtvochtigheid en CO2).
4. Opslag en gebruik duurzame energie
a. Huisaccu voor (tijdelijke) opslag van zelfopgewekte elektriciteit.
5. Duurzaam verwarmen en koelen
a. Douche Warmte Terug Winning.
b. Zonneboilersysteem.
c. Warmtepompboiler.
d. Bodemenergiesysteem.
e. Hybride warmtepompsysteem dat voldoet aan geluidseisen conform per 1 januari 2021 gewijzigde Bouwbesluit 2012.
f. Lucht-water warmtepompsysteem dat voldoet aan geluidseisen conform per 1 januari 2021 gewijzigde Bouwbesluit 2012.
g. Aardgasvrije tapwaterinstallatie.
h. Lage temperatuur vloerverwarming.
i. Lage temperatuur convectoren of radiatoren.
6. Overige maatregelen
a. Inductiekookplaat.
b. Photovoltaïsche plus Thermische zonnepanelen (PVT) (voor elektra en warmte) met boilervat of warmtepomp.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2