Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 7

- Draagkracht uit inkomen

Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere bijstand Hoeksche Waard (2022)

1.. Geen draagkracht heeft de inwoner met een inkomen tot en met 110% van de van toepassing zijnde norm, met uitzondering van artikel 7 lid 4. 2.. Van de inwoner die een inkomen heeft hoger dan 110% van de van toepassing zijnde norm, wordt verwacht zelf een deel van de bijzonder noodzakelijke kosten te kunnen betalen. De berekening van draagkracht is als volgt: Een inwoner met een inkomen van 111% tot en met 120% van de van toepassing zijnde norm heeft draagkracht. De helft van het inkomen, hoger dan 110% maar lager dan 120%, is draagkracht. Naast de draagkracht genoemd onder lid 2a, is het volledige inkomen boven 120% van de van toepassing zijnde norm draagkracht. In de toelichting wordt een voorbeeldberekening gegeven. 3.. In afwijking van artikel 7, lid 2 wordt de draagkracht op nihil gesteld bij personen in de WSNP of in een minnelijke schuldregeling. Voor inwoners die een saneringskrediet hebben gekregen wordt de draagkracht op nihil gesteld als het gezinsinkomen niet is gestegen gedurende de looptijd van het saneringskrediet. 4.. Bij bijzondere bijstand voor woonkosten is het volledige inkomen boven 100% van de van toepassing zijnde norm draagkracht

Rechtspraak bij dit artikel