**1..** Het lid, de voorzitter daaronder mede begrepen, van een commissie, vermeld op bijlage I behorende bij deze verordening ontvangt voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie een vergoeding die gelijk is aan het bedrag voor gemeenteklasse 3, vermeld in tabel IV, behorende bij het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
**2..** Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet ontvangt.
**3..** Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een commissie:
als raadslid of wethouder;
uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd;
als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling, organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang dient.
**4..** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid ontvangt het lid, de voorzitter daaronder mede begrepen, van een commissie vermeld op bijlage II behorende bij deze verordening het in deze bijlage aangegeven percentage van het in het eerste lid bedoelde bedrag, dan wel het in deze bijlage aangeven bedrag, in verband met de vereiste bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie dan wel de zwaarte van zijn taak en de omvang van de door hem verrichte arbeid.
Hoofdstuk IV
Artikel 26
Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2008