Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.1

Vergunningsplicht handelsreclame

Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving Maastricht

1.. In dit artikel wordt onder handelsreclame verstaan: elke openbare aanprijzing van goederen of diensten waarmee kennelijk wordt beoogd een commercieel belang te dienen. 2.. Het is verboden zonder vergunning op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg zichtbaar is. 3.. Het verbod geldt niet voor: onverlichte opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf de weg; onverlichte opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken, daartoe aangewezen door de overheid; onverlichte opschriften en aankondigingen die betrekking hebben op: 1°. een openbare verkoop of aanbieding ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; 2°. het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd, zomede op naamborden, mits deze opschriften en aankondigingen gezamenlijk geen grotere oppervlakte hebben dan 0,15 m² en geen van alle een grotere afmeting in een richting hebben dan 0,50 meter en mits deze opschriften en aankondigingen zijn aangebracht op of aan een onroerende zaak; onverlichte opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; onverlichte opschriften en aankondigingen op of aan onroerende zaken dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer. 4.. Het verbod geldt voorts niet voor opschriften en aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, voor zolang zij feitelijke betekenis hebben en mits: van het aanbrengen ervan tevoren schriftelijk kennisgeving is gedaan aan het bevoegd gezag; het bevoegd gezag niet binnen twee weken na ontvangst van die kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken; en deze opschriften en aankondigingen niet langer dan twee weken op de onroerende zaak aanwezig zijn. 5.. Het is verboden door een opschrift, aankondiging of afbeelding als bedoeld in het derde en vierde lid ernstige hinder voor de omgeving te veroorzaken. 6.. Een vergunning kan worden geweigerd: indien de reclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak. in het belang van de verkeersveiligheid. 7.. Het verbod als bedoeld in het tweede lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening. 8.. De weigeringsgrond als bedoeld in het zesde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken. 9.. De weigeringsgrond als bedoeld in het zesde lid, onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer. 10.. Indien een opschrift, aankondiging of afbeelding als bedoeld in het derde lid, ernstige hinder voor de omgeving veroorzaakt, kan het college de rechthebbende of de hoofdgebruiker van de onroerende zaak aanschrijven tot het treffen van maatregelen ter voorkoming, beperking of opheffing van deze hinder. Degene tot wie de aanschrijving is gericht, of diens rechtsopvolger, is verplicht deze aanschrijving op te volgen. 11.. Naast een vergunning op grond van dit artikel is een vergunning op grond van artikel 4.2 van de Algemene plaatselijke verordening Maastricht vereist.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel