Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 6.1

Standplaatsen

Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving Maastricht

1.. Het is verboden zonder vergunning van het college op een openbare en in de openlucht gelegen plaats: met een voertuig, een kraam, een tafel of enig ander middel een standplaats in te nemen of te hebben teneinde in de uitoefening van de handel goederen te koop aan te bieden, te verkopen of te verstrekken, dan wel diensten aan te bieden; anderszins goederen uit te stallen of uitgestald te hebben om deze te koop aan te bieden, te verkopen of te verstrekken aan publiek. 2.. Onder een openbare plaats als genoemd in het vorige lid wordt verstaan: een openbare plaats als genoemd in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties. 3.. Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan, dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen of goederen worden of zijn uitgestald als bedoeld in het eerste lid. 4.. Het in het eerste lid, onder b, bedoelde verbod geldt niet ten aanzien van het uitgestald hebben van gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet. 5.. De in het eerste en derde lid gestelde verboden gelden niet op de plaats die is aangewezen voor het houden van een markt, zulks gedurende de tijden dat die markt gehouden wordt en voor een evenement als bedoeld in de Evenementenverordening gemeente Maastricht. 6.. De vergunning kan worden geweigerd: in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; vanwege strijd met het omgevingsplan; in het belang van de verkeersveiligheid. 7.. Het verbod als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening. 8.. De weigeringsgrond als bedoeld in het zesde lid, onder b, is niet van toepassing voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer. 9.. De weigeringsgrond als bedoeld in het zesde lid, onder c, is niet van toepassing op bouwwerken. 10.. Op de aanvraag voor de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. 11.. Naast een vergunning op grond van dit artikel is een vergunning op grond van artikel 5.3 van de Algemene plaatselijke verordening Maastricht vereist.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel