Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf

Artikel 2.46

Plakken en kladden

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Maastricht

1.. Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is te bekrassen of te bekladden. 2.. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is: een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken dan wel aan te brengen of te laten aanbrengen; met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof enige afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen. 3.. Het in het tweede lid bedoelde verbod is niet van toepassing indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. 4.. Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen. 5.. Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame. 6.. Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen. 7.. De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.

Rechtspraak bij dit artikel