Naar hoofdinhoud
1.. Een tegemoetkoming in de verhuiskosten kan worden toegekend indien dit de goedkoopst adequate voorziening is ten opzichte van een woonvoorziening. Voordat het college het verhuisprimaat toepast, moet een belangenafweging worden gemaakt tussen het aanpassen van de huidige woning of het verhuizen naar een andere woning. 2.. Een tegemoetkoming in de kosten als bedoeld in het eerste lid wordt bepaald aan de hand van een door de cliënt te overleggen offerte. Het college is gerechtigd een tegenofferte aan te leveren. 3.. Een tegemoetkoming in de verhuiskosten wordt afgewezen indien; cliënt voor het eerst verhuist naar een zelfstandige woonruimte; cliënt verhuist naar een woning die niet bedoelt is voor permanente bewoning; cliënt is verhuisd naar de voor hem op dat moment niet meest geschikte woning; de verhuizing niet bijdraagt aan het opheffen of verminderen van de beperkingen; cliënt verhuist naar een WLZ-instelling; cliënt verhuist vanuit een geschikte woning; de kosten voor het aanpassen van de woning zijn lager dan de tegemoetkoming in de verhuiskosten.

Rechtspraak bij dit artikel