Naar hoofdinhoud

Artikel 6

- Berekening van de precariobelasting

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2022

1.. Voor de berekening van de belasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde tijd-, lengte- of oppervlakte-eenheid een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt. 2.. Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de belasting bij rechthoekige voorwerpen berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van het voorwerp of de voorwerpen, tenzij anders is bepaald. 3.. De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. 4.. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de belasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij het vijfde lid van overeenkomstige toepassing is. 5.. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze. 6.. Het bedrag aan precariobelasting dat met toepassing van het maandtarief wordt berekend, wordt niet hoger gesteld dan het bedrag dat voor het belastbare object aan precariobelasting zou zijn berekend met toepassing van het jaartarief. 7.. Bij het plaatsen van voorwerpen van welke aard ook op openbare grond, wordt de ruimte tussen deze voorwerpen mede geacht te zijn ingenomen of aan het verkeer te zijn onttrokken. Wordt voor het plaatsen van voorwerpen op openbare grond, een terrein met hekwerk of een daarmee vergelijkbaar bouwwerk, afgezet, dan wordt het volledige terrein geacht te zijn ingenomen of aan het verkeer te zijn onttrokken.

Rechtspraak bij dit artikel