Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.5

Artikel 4.5.2

Afwegingskader bepalen noodzakelijke ondersteuning

Onderdeel van Beleidsregels Wmo gemeente Altena 2022

Voor het bepalen van de omvang van de noodzakelijke ondersteuning voor het voeren van een huishouden maken we gebruik van het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019 (bureau HHM, 2019). Het normenkader is gebaseerd op diverse onderzoeken in de praktijk, uitgevoerd door Bureau HHM en KMPMG Plexus. In het normenkader is uitgewerkt hoeveel ondersteuningstijd nodig is voor het volledig professioneel overnemen van het huishouden in een ‘gemiddelde cliëntsituatie’. De ‘gemiddelde cliëntsituatie’ Een huishouden met 1 of 2 volwassenen zonder thuiswonende kinderen; Wonend in een zelfstandige huisvestingssituatie, gelijkvloers of met een trap; Er zijn geen huisdieren aanwezig die extra inzet van ondersteuning vragen; De cliënt kan de woning dagelijks op orde houden (bijvoorbeeld aanrecht afnemen, algemeen opruimen) zodat deze gereed is voor de schoonmaak; De cliënt heeft geen mogelijkheden om zelf bij te dragen aan de activiteiten die moeten worden uitgevoerd; Er is geen ondersteuning vanuit mantelzorgers, netwerk en vrijwilligers bij activiteiten die moeten worden uitgevoerd; Er zijn geen beperkingen of belemmeringen aan de orde bij de cliënt die maken dat de woning extra vervuilt of dat de woning extra schoon moet zijn; De woning heeft geen uitzonderlijke inrichting en is niet extra bewerkelijk of extra omvangrijk. Ondersteuning op maat van de inwoner Tijdens het onderzoek (het keukentafelgesprek) bij de inwoner wordt op basis van de situatie van de inwoner eerst bekeken voor welke sub resultaten de inwoner ondersteuning nodig heeft. Vervolgens wordt de situatie van de inwoner vergeleken met de beschreven ‘gemiddelde cliëntsituatie’. Deze vergelijking leidt tot een conclusie of ondersteuning op maat voor deze inwoner: dezelfde inzet van professionele ondersteuning vraagt als opgenomen in het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019 voor de beschreven ‘gemiddelde cliëntsituatie’; of dat minder inzet van professionele ondersteuning toereikend is vanwege eigen kracht van de inwoner of het netwerk of op basis van gebruikelijke hulp of andere oplossingen; of dat juist meer inzet van professionele ondersteuning nodig is, vanwege beperkingen of belemmeringen van de inwoner die extra goed of extra vaak schoonmaken noodzakelijk maken; en worden kenmerken van de woning en eventuele overige punten van invloed op de noodzakelijke omvang van de ondersteuning meegenomen in de afweging. Het hebben van een schoon en leefbaar huis Het gaat bij het sub resultaat het hebben van een schoon en leefbaar huis om alle activiteiten die nodig zijn om de woning schoon en leefbaar te houden. De basisruimten waar het normenkader op is gebaseerd, zijn de woonkamer, hal/gang/trap/overloop, de hoofdslaapkamer, badkamer, (bij)keuken en toilet. Eventuele overige kamers in de woning worden in het normenkader aanvullend meegenomen om vervuiling van de woning te voorkomen. De activiteiten en frequentie van uitvoering van deze activiteiten die bij dit sub resultaat horen, in geval van volledige overname hiervan, zijn opgenomen in bijlage 1. De verzorging van de buitenzijde van de woning en de glasbewassing buiten vallen niet onder dit sub resultaat. Hiervoor moet de inwoner andere oplossingen realiseren. De gemeente kan eventueel ondersteuning bieden bij het vinden van deze oplossingen. Beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding De dagelijkse kleding en het linnengoed moet met enige regelmaat worden gereinigd. Dit betekent het sorteren, wassen, drogen, opvouwen en opruimen hiervan. Dit betreft de normale kleding voor alledag en het linnengoed als (keuken)handdoeken en beddengoed, dekbedhoezen of lakens. Alleen in geval van medische noodzaak wordt bovenkleding en eventueel linnengoed gestreken. We gaan er van uit dat de cliënt voorziet in strijkvrije kleding, waardoor regulier strijken niet nodig is. Beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding De dagelijkse kleding en het linnengoed moet met enige regelmaat worden gereinigd. Dit betekent het sorteren, wassen, drogen, opvouwen en opruimen hiervan. Dit betreft de normale kleding voor alledag en het linnengoed als (keuken)handdoeken en beddengoed, dekbedhoezen of lakens. Alleen in geval van medische noodzaak wordt bovenkleding en eventueel linnengoed gestreken. We gaan er van uit dat de cliënt voorziet in strijkvrije bovenkleding, waardoor regulier strijken niet nodig is. Het thuis zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren De zorg voor kinderen die tot het huishouden behoren, is een taak van de ouders die valt onder de zorgplicht die zij hebben. Als sprake is van (tijdelijke) uitval van de ouders kan voor de basale ondersteuning van kinderen voor een periode van maximaal 3 maanden ondersteuning worden geboden op grond van het sub resultaat het thuis zorgen voor kinderen die tot het huishouden behoren. Dit kan aan de orde zijn als alle voorliggende mogelijkheden geen of onvoldoende oplossing bieden, zoals ook ondersteuning vanuit het netwerk van de inwoner. Deze maatwerkondersteuning dient als overbrugging voor de ouder/verzorgen om een definitieve oplossing te kunnen realiseren. Deze ondersteuning betreft dan bijvoorbeeld het wassen en aankleden, eten verzorgen, brood klaarmaken, naar school of opvang brengen, naar bed brengen en dergelijke, afhankelijk van de leeftijd en ondersteuningsbehoefte van de kinderen. De opvang van kinderen valt niet onder dit sub resultaat. De ouder/verzorger moet bij deze vorm van ondersteuning de verantwoordelijkheid voor de begeleiding en opvoeding kunnen blijven dragen. Dagelijkse organisatie huishouden (regievoering) Dit gaat om de uitvoering van huishoudelijke werkzaamheden waarbij de inwoner niet (of onvoldoende) zelf de regie voert en er geen sociaal netwerk aanwezig is dat op adequate wijze regie kan voeren. Met adequaat wordt hier bedoeld dat de huishoudelijke hulp voldoende aangestuurd wordt om de noodzakelijke werkzaamheden te verrichten. De inwoner is niet in staat om aan te geven wat er moet gebeuren door bijvoorbeeld psychische klachten, psychiatrische aandoening (waaronder psycho-geriatrisch, dementie) en/of psychosociale problematiek en/of een visuele handicap of een verstandelijke beperking. Er kan dan dagelijkse organisatie van het huishouden ingezet worden. Hierbij gaat het om de organisatie van huishoudelijke activiteiten (bepalen wat wanneer moet gebeuren), het plannen en beheren van middelen (zorgen dat schoonmaakmiddelen op voorraad zijn) en het signaleren van problemen rond de inwoner. Advies, instructie en voorlichting, gericht op het huishouden Het gaat om het aanleren van of adviseren over activiteiten in relatie tot het huishouden. Dit betreft cliënten die leerbaar zijn. Bijvoorbeeld mensen met een (recente) lichamelijke beperking of mensen die de activiteiten nooit hebben aangeleerd, maar deze moeten gaan uitvoeren door het wegvallen van een partner of gezinslid. Dit betreft kortdurende indicaties voor maximaal 6 – 9 weken. Verzorging huisdieren en planten De verzorging van huisdieren en/of planten is uitgesloten van dit resultaat. Belangen van mantelzorgers Het college houdt rekening met de belangen van mantelzorgers. Zo kan in geval van dreigende overbelasting van een mantelzorger een maatwerkvoorziening aan de verzorgde worden toegekend. Deze voorziening kan dan niet, als het een persoonsgebonden budget betreft, door de mantelzorger worden ingevuld: het gaat immers om diens (dreigende) overbelasting.

Rechtspraak bij dit artikel