Indien de inwoner de maatwerkvoorziening Begeleiding in de vorm van een PGB wenst te ontvangen is hij verplicht een ondersteunings- en budgetplan te overleggen. Op grond van dit plan stelt de consulent vast of de inwoner in aanmerking komt voor een PGB. Uit het ondersteuningsplan blijkt hoe er aan het bereiken van de gestelde resultaten gewerkt wordt. Het plan moet inzicht geven wie de ondersteuning gaat leveren en of deze persoon beschikt over de benodigde kwaliteit en kwalificaties. Bij het beoordelen van de kwaliteit weegt de gemeente mee of de diensten in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het PGB wordt verstrekt.
Naast het ondersteuningsplan dient er ook een budgetplan overlegd te worden. Hierin maakt de inwoner inzichtelijk waar hij zijn ondersteuning zal inkopen, op welke manier deze ondersteuning bijdraagt aan zijn participatie en zelfredzaamheid en hoe de veiligheid, doeltreffendheid en cliëntgerichtheid van de ondersteuning is gewaarborgd. Na ‘akkoord’ hierop wordt een beschikking inclusief een PGB afgegeven op basis van het ondersteunings- en budgetplan.
In het ondersteuningsplan spreken inwoner/budgethouder en de gemeente af op welke termijn ze de behaalde resultaten met het PGB en de daaraan verbonden voorwaarden evalueren, waaronder de vraag of de ingekochte ondersteuning aan de kwaliteitseisen voldoet. Op basis van de resultaten van de evaluatie kan het ondersteuningsplan worden bijgesteld. Ook kan een evaluatie ervoor zorgen dat de indicatie wordt gewijzigd.
Uitbetaling van het PGB voor ondersteuning vindt plaats aan de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De inwoner kan door middel van het zogenaamde trekkingsrecht declaraties indienen. De SVB zorgt vervolgens voor de betaling van de zorgverlener.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.4
Artikel 5.4.2
PGB maatwerkvoorziening Begeleiding
Onderdeel van Beleidsregels Wmo gemeente Altena 2022