Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3:

Artikel 9.

Algemene criteria voor een maatwerkvoorziening

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Beekdaelen 2022

1.. Een cliënt die zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de gemeente Beekdaelen kan in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen, chronische psychische of psychosociale problemen, als gevolg waarvan de cliënt niet voldoende in staat is tot zelfredzaamheid of participatie en voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen, in volgorde van belangrijkheid: a. op eigen kracht en/of b. met gebruikelijke hulp en/of c. met mantelzorg en/of d. met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk en/of e. met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen en/of f. met gebruikmaking van algemene voorzieningen. 2.. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in het artikel 6 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. 3.. Een cliënt die ingezetene is van Nederland kan in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico's voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen, in volgorde van belangrijkheid: op eigen kracht en/of met gebruikelijke hulp en/of met mantelzorg en/of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk en/of met gebruikmaking van algemene voorzieningen. 4.. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in het artikel 6 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of (maatschappelijke) opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving en zo mogelijk een bijdrage kan leveren aan de samenleving. 5.. Het college kent slechts de goedkoopst compenserende maatwerkvoorziening toe. 6.. Het college is bevoegd om bij besluit nadere regels te stellen inzake de aard en omvang van de toe te kennen maatwerkvoorzieningen. 7.. Het college is bevoegd om bij besluit nadere regels te stellen over afschrijvingstermijnen als bedoeld in artikel 11 zesde lid, artikel 13 eerste lid onderdeel f., artikel 13 derde lid onderdeel i., artikel 14 derde lid onderdeel b. onder ii, artikel 16 zevende lid en artikel 18 tweede lid onderdeel a. onder iii van deze verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel