In de nota Grondbeleid is het volgende vermeld:
Bij de grondprijsbepaling voor woningbouw wordt uitgegaan uit van de residuele grondwaardemethode, waarbij aanvullend de grondquote methode gehanteerd wordt;
Voor de prijsbepaling van overige gronden wordt de vergelijkingsmethode gebruikt;
De kostprijsmethode wordt toegepast voor de prijsbepaling van incourant onroerend goed.
Daarnaast is het volgende van belang:
De totstandkoming van de prijzen wordt, met uitzondering van prijzen voor de woningbouw, gebaseerd op de marktwaarde van de grond. Hierdoor ontvangt de gemeente een reële prijs en wordt voorkomen dat de afnemer van de grond indirect gesubsidieerd wordt;
De prijzen gelden voor de jaren 2021 en 2022;
Voor het restant van het jaar 2021 blijft de Grondprijzenbrief 2019 – 2020 van kracht;
Bestaande overeenkomsten worden gerespecteerd;
De grondprijzen zijn exclusief kosten (zoals BTW, andere belastingen, notaris kosten en overige bijkomende kosten), tenzij anders vermeld;
De Grondprijzenbrief zal, conform de nota Grondbeleid, één maal in de twee jaar worden herzien, voor het eerst in 2020 voor de jaren 2021 en 2022.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.3
Uitgangspunten Grondprijzenbrief
Onderdeel van Grondprijzenbrief 2022 – 2023