Aan de in deze Grondprijzenbrief genoemde prijzen kunnen geen rechten worden ontleend voor een concrete uitgifte. De Grondprijzenbrief fungeert daarmee slechts als richtlijn.
Deze brief is mede tot stand gekomen op basis van extern onderzoek (marktpartijen, publicaties, benchmark). De genoemde prijzen zijn enerzijds gebaseerd op reëel haalbare prijsniveaus, terwijl ze anderzijds hoog genoeg zijn gesteld om de gemeente een gunstige vertrekpositie te verschaffen bij aanvang van grondprijsonderhandelingen.
De Grondprijzenbrief kan worden beschouwd als een nadere uitwerking van de gemeentelijke nota Grondbeleid (uit 2012. De Grondprijzenbrief is afgestemd op de gemeentelijke Financiële Verordening, de Regionale Woonagenda uit 2014, de Woonvisie 2025 Samen investeren in karakter en kwaliteit uit 2016, de Parkeernota uit 2021 en de Nota Snippergroenbeleid uit 2013.
Daar waar wenselijk en mogelijk is aansluiting gezocht met het Convenant Gemeentelijk Grondprijsbeleid (2001) en de daaruit voortvloeiende Handreiking voor gemeentelijk grondprijsbeleid bij woningbouw (2006). Dit convenant is gesloten tussen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de Vereniging van Nederlandse Projectontwikkeling Maatschappijen (Neprom), Vereniging voor ontwikkelaars en bouwondernemingen (NVB) en het toenmalige Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ontwikkelingen en Milieubeheer (VROM). In dit convenant zijn afspraken gemaakt over “de wijze waarop gemeentelijk gronduitgifte aan marktpartijen in relatie tot projectmatige woningbouw kan worden vormgegeven en hoe dit kan worden ingezet ten dienste van maatschappelijke doelstellingen met betrekking tot de differentiatie van woningtypen, de kwaliteit van het wonen en de keuzevrijheid van de burger. Daarbij gaat het er om dat er een optimale afweging wordt gemaakt tussen het bevorderen van de goede werking van de lokale woningmarkt, het realiseren van een marktconforme grondprijs en het leveren van maximale woonkwaliteit naar wens van de burger”.