We kunnen het recht op een voorziening intrekken als:
de voorziening niet langer passend of nodig is;
u zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die we aan de voorziening hebben verbonden;
We de voorziening hebben verstrekt op grond van verkeerde of onvolledige gegevens door u;
als u onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de voorziening en we hierdoor niet langer kunnen vaststellen of we een voorziening kunnen voortzetten;
u de voorziening voor een ander doel gebruikt dan bedoeld;
u binnen drie maanden geen gebruik maakt van de voorziening, behalve als u daar niets aan kunt doen.
We kunnen de voorziening met terugwerkende kracht intrekken.
Hoofdstuk 5.2
Artikel 5.4
Beëindiging PW, IOAW, IOAZ
Onderdeel van Verordening Participatie, Inkomen en Inburgering Sluis