In deze verordening worden allerlei begrippen gebruikt. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wetten waarop deze verordening is gebaseerd. Waarom deze begrippenlijst?
Soms worden bepaalde begrippen in meerdere wetten gebruikt en hebben ze in die wetten een verschillende betekenis. Hier staat wat de betekenis van deze begrippen in deze verordening is.
Voor een aantal begrippen geldt dat ze in deze verordening een ruimere betekenis hebben dan in de genoemde wetten, omdat zoveel mogelijk is aangesloten bij het normale, dagelijkse taalgebruik.
Ook staan er voor de duidelijkheid enkele wettelijke begrippen in de lijst die in deze verordening wel dezelfde betekenis hebben, maar hier in andere woorden zijn omschreven.
Ten slotte worden in deze verordening ook begrippen gebruikt die niet zijn terug te vinden in de wetten. Ook die zijn hier omschreven.
Aanbieder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die goederen of diensten levert op grond van een besluit van de gemeente.
Aangepast vervoer: vervoer met een besloten (school)bus, taxi, treintaxi of bustaxi.
Wet op het primair onderwijs, Wet op het voortgezet onderwijs, Wet op de Expertisecentra
Aanvraag: een officieel verzoek om een besluit te nemen. Een aanvraag wordt gedaan door iemand die direct belang bij dat verzoek heeft.
Gebaseerd op artikel 1:3 lid 3 Awb.
Afstand: afstand tussen de woning en de school voor de leerling, gemeten langs de kortste en voldoende begaanbare en veilige weg op basis van de ANWB routeplanner.
Begeleider: ouder of persoon die door de ouders wordt ingezet om de leerling tijdens het vervoer te begeleiden.
Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die:
in de reguliere handel verkrijgbaar is
niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking
een passende bijdrage levert aan de zelfredzaamheid en participatie van de inwoner.
betaalbaar is met een inkomen op minimumniveau. De gemeente hanteert hierbij een drempelbedrag van € 1000.
Algemene Verordening Gegevensbescherming: verordening die regels geeft voor de manier waarop de gemeente moet omgaan met de privacy van inwoners.
Algemene wet bestuursrecht: wet met algemene regels voor de manier waarop de gemeente onder andere moet omgaan met aanvragen, termijnen, klachten en bezwaarschriften.
Andere voorziening/vrij toegankelijke voorziening: een voorziening waarop de inwoner een beroep kan doen voor de ondersteuning die hij nodig heeft, anders dan ondersteuning-op-maat.
Het gaat om voorzieningen die buiten de regeling liggen van de aangevraagde voorziening of om voorzieningen die binnen het bereik van die regeling liggen, maar vrij toegankelijk zijn voor de inwoner. Dat kan een andere uitkering zijn, een algemeen gebruikelijke, algemene of collectieve voorziening, of voorzieningen als alimentatie en toeslagen.
AOW-leeftijd:leeftijd waarop de AOW-uitkering ingaat.
Arbeidsverplichting: de verplichting om mee te werken om naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te krijgen, het accepteren en behouden van werk of het leveren van een tegenprestatie.
artikel 9 van de Participatiewet, artikel 37 van de IOAW, artikel 37 van de IOAZ
Basisschool: een school waar basisonderwijs wordt aangeboden. Een basisschool of speciale school voor basisonderwijs.
Wet op het primair onderwijs
Beperking: de vermindering van mogelijkheden als gevolg van een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke, psychische of psychosociale handicap waardoor een belemmering ontstaat in het sociaal-maatschappelijk functioneren. Of als het om vervoer naar school gaat de leerling die vanwege zijn structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke, psychische of psychosociale handicap niet of niet zelfstandig van de fiets of het openbaar gebruik kan maken.
Beslissing of besluit: In het besluit geeft de gemeente aan of de inwoner wel of geen ondersteuning krijgt
Bijstandsnorm: de maximale hoogte van de bijstandsuitkering. De hoogte
hangt af van de woon- en leefsituatie en de leeftijd van de inwoner.
artikel 5, onderdeel c van de Participatiewet
Bijstandsuitkering: de algemene bijstand voor levensonderhoud. Als het om een jongere van 18 tot 21 jaar gaat, dan wordt met bijstandsuitkering bedoeld: de algemene bijstand plus de aanvullende bijzondere bijstand.
artikel 5, onderdeel b van de Participatiewet, artikel 12 van de Participatiewet
Collectief Maatwerkvervoer: vervoer van deur tot deur, op afroep (en met een deeltaxi).
Deskundige: onafhankelijk (medisch of pedagogisch) deskundige die door de gemeente kan worden gevraagd advies uit te brengen.
Dichtstbijzijnde toegankelijke school: de school van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting, dan wel de openbare school die het dichtst bij de woning van het kind ligt, gemeten via de kortste route waarlangs het kind veilig kan reizen. Daar komt een tweede criterium bij, namelijk de school van de soort waarop de leerling is aangewezen op grond van zijn lichamelijke of geestelijke toestand. Hieronder wordt niet verstaan een onderwijsmethode zoals bijvoorbeeld jenaplan en Montessori onderwijs.
Wet op het primair onderwijs, Wet op het voortgezet onderwijs, Wet op de expertisecentra
DUO: de Dienst Uitvoering Onderwijs. Deze dienst voert verschillende onderwijswettenen -regelingen uit.
Duurzaam: op de toekomst gericht (bijvoorbeeld: duurzaam, passend werk, duurzame bijdrage)
Eigen bijdrage: bijdrage in de kosten als bedoeld in artikel 2.1.4 van de wet Wmo
Eigen vervoermiddel: een vervoermiddel dat de inwoner zelf bezit of mag gebruiken.
Financiële buffer: een goede financiële buffer is een vermogen op of boven de vermogensgrens. Vermogen is het totaal aan bezit in geld en goederen. artikel 34, lid 3 van de Participatiewet
Formele zorg: zorg en ondersteuning die geleverd wordt door beroepskrachten. In tegenstelling tot informele zorg die en ondersteuning door mantelzorgers (zoals familie, buren en vrienden) en door vrijwilligers.
Fraude: het geven van onjuiste en/of onvolledige informatie of het verzwijgen of niet (op tijd) verstrekken van gegevens. Het gaat om informatie of gegevens die nodig zijn om te bepalen of er recht op een uitkering of een voorziening is en om de duur en hoogte van die uitkering of voorziening vast te stellen. Door fraude wordt een uitkering of voorziening helemaal of gedeeltelijk onterecht verstrekt.
Gebruikelijke hulp: de hulp die over het algemeen mag worden verwacht van de partner, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Voor de Jeugdwet worden met ouders ook andere opvoeders en verzorgers bedoeld.
Gemeente: College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Meierijstad
Gemeentewet: wet die de gemeente bevoegdheden geeft om taken te kunnen uitvoeren en eigen beleid te kunnen maken.
Gesprek: gesprek waarin de inwoner zijn hulpvraag, zijn persoonlijke situatie en het resultaat dat hij wil bereiken bespreekt.
Hulpvraag: de behoefte aan ondersteuning die de inwoner bij de melding aangeeft.
Hoofdverblijf:de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de inwoner zijn of haar vaste woon- en verblijfplaats heeft en op welk adres de inwoner in de gemeentelijke basisregistratie personen staat ingeschreven of zal staan ingeschreven, dan wel het feitelijk woonadres.
Informele zorg: zorg en ondersteuning die geleverd wordt door mantelzorgers (zoals familie, buren en vrienden) en door vrijwilligers. In tegenstelling tot formele zorg en ondersteuning door beroepskrachten.
Inkomen: alles wat iemand als opbrengst van werk, een eigen onderneming of vermogen krijgt, bijvoorbeeld loon, winst, dividend of rente. Bij inkomen wordt vaak over geld gesproken, maar goederen of diensten kunnen ook tot het inkomen behoren. In verschillende wetten worden hier verschillende definities voor gegeven.
Inspraak: het betrekken van inwoners of belanghebbenden om invloed uit te oefenen en over iets mee te praten of beslissen, bijvoorbeeld over een plan of beleid van de gemeente.
Inspraak als bedoeld in artikel 150 van de Gemeentewet. Met inspraak wordt in artikel 10.1 van deze verordening ook bedoeld het recht om invloed uit te oefenen en over iets mee te beslissen.
Intramuraal: zorg die wordt geboden in een zorginstelling.
Inwoner: de persoon die zijn woonplaats heeft binnen de gemeente en die daar rechtmatig verblijft. Onder rechtmatig verblijf wordt verstaan: verblijf dat geen wettelijke belemmering oplevert voor ondersteuning door de gemeente. In de verschillende wetten worden hier verschillende definities voor gegeven.
IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.
IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
Jeugdhulp: ondersteuning of een voorziening die op een jongere of zijn ouders is afgestemd.
artikel 1.1 van de Jeugdwet
Jeugdwet: wet met regels over de verantwoordelijkheid van de gemeente voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg aan jongeren en ouders bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen.
Jongere: in de Jeugdwet: personen tot 18 jaar en jongvolwassenen van 18 tot 21 jaar (pleegzorg 23 jaar) die al jeugdhulp ontvingen toen zij 18 jaar waren en die deze ondersteuning vanaf hun 18e jaar nog nodig hebben. In de Participatiewet: personen tot 27 jaar.
Participatiewet, artikel 1.1 van de Jeugdwet
Jongerenwerk: basisaanbod van sociaal-culturele voorzieningen voor jongeren. Het basisaanbod bevat ook activiteiten die stimulering van de ontwikkeling of het voorkomen van problemen bij jongeren tot doel hebben.
Kostendelersnorm: norm voor de hoogte van een uitkering. Naarmate meer mensen in een huis wonen, ontvangt iedere afzonderlijke uitkeringsgerechtigde een lagere uitkering omdat meer mensen de kosten kunnen delen.
artikel 22a van de Participatiewet
Leerling: de leerling die is ingeschreven bij een school zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voorgezet onderwijs en de Wet op de expertisecentra.
Leerlingenvervoer (Llv): de wetten die regelen dat de gemeente vervoer van leerlingen aanbiedt, die zelf niet in staat zijn om van en naar school gaan te organiseren.
Het gaat om de Wet op de primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de expertisecentra.
Levensonderhoud: de dagelijkse bestaanskosten, zoals kosten voor eten en drinken, kleding, huur, energie, water en (zorg)verzekeringen.
Maatschappelijke opvang: opvang die is bedoeld voor de inwoner die niet meer thuis kan wonen en zich niet kan handhaven in de samenleving door psychische, psychosociale of financiële problemen of de dreiging van huiselijk geweld . Hieronder vallen de voorzieningen dag- en nachtopvang, opvang met intensieve zelfstandigheidstraining, jongerenopvang en kleinschalige opvang.
Maatwerk: Een op de persoonlijke situatie van de inwoner toegesneden product, activiteit, geldbedrag of PGB zoals beschreven in het productenboek.
Mantelzorg:hulp die wordt verleend door een directe naaste vanuit een sociale relatie en niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep.
Medewerker: de persoon die namens het college van burgemeester en wethouders optreedt, zoals de klantmanager die het gesprek met de inwoner voert.
Melding: het eerste contact waarin de inwoner zijn hulpvraag aan de gemeente stelt. In verschillende wetten wordt hier een verschillende definitie voor gegeven.
Nadere regels: regels die het college van burgemeester en wethouders vaststellen ter uitvoering van deze verordening binnen de kaders die de raad in deze verordening daarvoor stelt.
Ondersteuning: hulp bij de arbeidsinschakeling of inkomensondersteuning, maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp, schuldhulpverlening of een vervoersvoorziening.
artikel 7 van de Participatiewet, artikel 1.1.1 van de Wmo, artikel 1.1 van de Jeugdwet, artikel 1 van de Wgs, Wet op het primair onderwijs, Wet op het voortgezet onderwijs, Wet op de expertisecentra
Ondersteuning-op-maat: een op de inwoner afgestemde voorziening.
Ondersteuningsplan: een plan van aanpak dat de gemeente samen met de inwoner opstelt. Hierin staan de knelpunten die de inwoner in het maatschappelijk leven ervaart, de gewenste ondersteuning en mogelijke oplossingen die de gemeente voorstelt.
OF in het geval van vervoer naar school is een ondersteuningsplan een plan van het samenwerkingsverband dat na overleg met de regiogemeenten wordt vastgesteld.
Oneigenlijk gebruik: een voorziening gebruiken waar het niet voor bedoeld is.
Openbaar vervoer (ov): openbaar toegankelijk personenvervoer dat met een vaste route en een vaste dienstregeling rijdt (of vaart).
Ontwikkelingsperspectiefplan (Opp): een voor de leerling vastgesteld plan als bedoeld in artikel 40a in de Wpo, artikel 41a als bedoeld in de Wec of artikel 26 als bedoeld in de Wvo dat door het bevoegd gezag en na op overeenstemming gericht overleg met de ouders is opgesteld.
Opstapplaats: door de gemeente aangewezen plaats vanaf waar de leerling gebruik maakt van het aangepast vervoer.
Ouders: ouders, pleegouders, voogden of verzorgers van de jongere.
Participatiewet (PW): iedereen die kan werken maar daarbij ondersteuning nodig heeft, valt onder de Participatiewet. De wet is er om zoveel mogelijk mensen met of zonder arbeidsbeperking werk te laten vinden.
Persoonlijk plan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner ervaart en de ondersteuning die hij wenst. Gaat het om jeugdhulp, dan wordt hieronder verstaan: een familiegroepsplan.
Persoonlijke situatie: alle omstandigheden, (on)mogelijkheden en persoonskenmerken van de inwoner die van belang zijn.
PGB: persoonsgebonden budget, een budget dat een inwoner toegekend kan krijgen om zelf een hulpverlener of aanbieder in te huren voor de uitvoering van de ondersteuning-op-maat of het kopen van een product.
PGB-plan: een plan van aanpak dat de inwoner (of zijn vertegenwoordiger) opstelt over de ondersteuning die hij nodig heeft en die hij met het PGB wil financieren. In het plan geeft de inwoner onder andere aan welke hulpverlener of aanbieder op welke manier en op welke momenten de noodzakelijke ondersteuning gaat geven en hoe de kwaliteit en de continuïteit van die ondersteuning gewaarborgd worden.
Professionele ondersteuner: iemand die beroepsmatig ondersteuning biedt en voldoet aan (kwaliteits)eisen die daaraan gesteld zijn.
Regelingen Meedoen: een vergoeding voor huishoudens met een laag inkomen. Het doel van de regeling is te voorkomen dat mensen in armoede niet mee kunnen doen aan bijvoorbeeld sport, culturele activiteiten of activiteiten van school. Er is een reductieregeling voor kinderen en een regeling voor volwassenen.
Regiegesprekken: gesprekken die de klantmanager met inwoner en zorgaanbieder voert tijdens de uitvoering van de ondersteuning
Reistijd: de tijd tussen het moment van het verlaten van de woning en de starttijd van de school volgens de schoolgids. Van deze reistijd mag maximaal 15 minuten worden afgetrokken als het kind gewoonlijk iets voor de start van de school aankomt op school. Voor de terugreis geldt de tijd tussen de eindtijd van de schooldag volgens de schoolgids en de aankomst bij de woning van het kind. Hierbij kan maximaal 15 minuten worden opgeteld voor een eventuele wachttijd voor ov of aangepast vervoer. Wet op het primair onderwijs, Wet op het voortgezet onderwijs, Wet op de expertisecentra.
Residentieel daklozen: mensen die in een instelling voor maatschappelijke opvang verblijven’,
Respijtzorg: tijdelijke overname van zorg om de mantelzorger te ontlasten
Resultaat: het effect of het doel dat de inwoner wil behalen of hoeverre het gewenste doel of effect is behaald.
Samenwerkingsverband: er zijn twee samenwerkingsverbanden passend onderwijs: één voor basisonderwijs en één voor voortgezet onderwijs. Alle scholen zijn verplicht aangesloten, behalve cluster 1 en 2 scholen. In het basisonderwijs bestaat het samenwerkingsverband uit de reguliere basisscholen, scholen voor speciaal basisonderwijs (sbo) en de scholen voor speciaal onderwijs (so) van de clusters 3 en 4. In het voortgezet onderwijs bestaat het samenwerkingsverband uit het regulier onderwijs: vmbo, havo en vwo, het praktijkonderwijs en de scholen voor voortgezet speciaal onderwijs (vso). Samen zorgen ze ervoor dat alle kinderen een passende plek op school krijgen.
artikel 18a, tweede en vijftiende lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 17a, tweede en zestiende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs
Samenwonen: een gezamenlijke huishouding voeren.
artikel 3 van de Participatiewet
School: basisschool, speciale school voor basisonderwijs of school waar speciaal of voortgezet (speciaal) onderwijs wordt gegeven.
Wet op het primair onderwijs, Wet op het voortgezet onderwijs, Wet op de expertisecentra
Sociale activering: het aanbieden van zinvolle activiteiten die de inwoner dichter bij werk kan brengen. Vrijwilligers werk is hier een voorbeeld van.
Sociaal netwerk: huisgenoten of andere personen met wie de inwoner een sociale relatie onderhoudt (inclusief mantelzorgers).
Speciaal onderwijs: onderwijs aan kinderen die vanwege leer- of gedragsproblemen, vanwege lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke handicaps of door gedragsstoornissen extra zorg op school nodig hebben. Wet op de Expertisecentra
SVB: Sociale Verzekeringsbank, een organisatie die onder andere de PGB’s beheert en uitvoert.
Technische afschrijving: de datum waarop door de fabrikant wordt aangegeven dat gebreken aan het product, ontstaan door gewoon gebruik, niet meer hersteld kunnen worden.
Toegang: het gemeentelijke loket waar een inwoner zich kan melden bij vragen. In de gemeente Meierijstad zijn dat de gebiedsteams in Veghel, Sint-Oedenrode en Schijndel. In deze toegang zitten medewerkers van de gemeente (klantmanagers) en medewerkers van maatschappelijke organisaties uit Meierijstad. Voor jeugd kunnen inwoners zich met hun vraag melden bij het Centrum voor Jeugd en Gezin.
Toekenningsbesluit: een schriftelijke verklaring waarin de toegekende ondersteuning-op-maat staat (indicatie).
Uitkering: de bijstandsuitkering, de IOAW- of de IOAZ-uitkering.
artikel 5 onderdeel b en artikel 12 Participatiewet en artikel 5 IOAW en artikel 5 IOAZ
Uitkeringsnorm: de maximale hoogte van een uitkering in de situatie van de inwoner.
Dit is de bijstandsnorm uit de Participatiewet of de grondslag bedoeld in de IOAW of IOAZ. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met uitkeringsnorm bedoeld: de bijstandsnorm plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet.
UWV: Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen. Dit is een Nederlandse overheidsinstelling die verantwoordelijk is voor het uitvoeren van verschillende werknemersverzekeringen, zoals de Werkloosheidswet, de Ziektewet, en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.
Vergoeding van reiskosten: een geldbedrag dat de inwoner krijgt om (een deel van) de noodzakelijke reiskosten van de leerling en eventueel begeleider te betalen.
artikel 4 Wet op het primair onderwijs, artikel 4 Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 4 van de Wet op de expertisecentra
Vervoermiddel: een hulpmiddel dat is bedoeld om de belemmeringen bij het verplaatsen weg te nemen.
Voortgezet onderwijs: het onderwijsniveau dat volgt na de basisschool en dat doorgaans gevolgd wordt vanaf de leeftijd van 12 jaar.
Wet op het Voortgezet Onderwijs
Voorliggende voorziening: Voorzieningen die vanuit andere regelingen worden gefinancierd, zoals de Zorgverzekeringswet (Zvw), Wet Langdurige Zorg (Wlz) of de Participatiewet (PW), die gezien haar aard en doel geacht wordt voor de klant toereikend en passend te zijn.
Voorziening: ondersteuning in de vorm van een dienst, activiteit, product, PGB of geldbedrag.
Wet: de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet, de Algemene wet bestuursrecht, de Gemeentewet, de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs of de Wet op de expertisecentra.
Wgs: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening
Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, een wet die regelt dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen en blijven meedoen in de samenleving.
Wmo-ondersteuning: de gemeentelijke ondersteuning op het gebied van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen en opvang.
de maatschappelijke ondersteuning, bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo
Woning: de woonruimte waar de inwoner zijn hoofdverblijf heeft. Gaat het om vervoer naar school, dan is de woning de plaats waar het kind over een langere periode met een zekere regelmaat verblijft.
Zorg in natura: bij zorg in natura krijgt de inwoner de ondersteuning of voorziening die nodig is via een aanbieder die een contract heeft met de gemeente.