In het besluit geeft de gemeente aan of de inwoner wel of geen ondersteuning krijgt. Als de gemeente ondersteuning geeft, staat in het besluit ook of de ondersteuning in natura (product of dienst), in de vorm van een PGB, in geld of op een andere manier wordt gegeven. (Zie voor meer uitleg hoofdstuk 8)
Geeft de gemeente de ondersteuning in natura, dan staat in het besluit in ieder geval:
wat de ondersteuning inhoudt en waarvoor de ondersteuning bedoeld is;
wanneer de ondersteuning ingaat en hoe lang de ondersteuning duurt; en
welke voorwaarden en verplichtingen er voor de ondersteuning gelden.
Geeft de gemeente de ondersteuning in de vorm van een PGB, dan staat in het besluit in ieder geval :
waarvoor het PGB bedoeld is;
hoe hoog het PGB is en hoe dit berekend is;
wanneer het PGB ingaat en wanneer het PGB eindigt;
hoe de besteding van het PGB verantwoord moet worden; en
welke voorwaarden en verplichtingen er voor het PGB gelden.
Geeft de gemeente ondersteuning in de vorm van geld, dan staat in het besluit in ieder geval :
voor welk doel het geld wordt gegeven;
wanneer het geld wordt betaald;
hoe vaak het geld wordt betaald; en
welke voorwaarden en verplichtingen er gelden voor het uitgeven van het geld.
Voor Jeugd en Wmo geldt dat het recht op hulp vervalt als de inwoner niet binnen 6 maanden na het besluit begint met het gebruikmaken van de hulp, tenzij dit de inwoner niet te verwijten valt. Deze voorwaarde wordt ook in het besluit opgenomen.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.4
Artikel 2.4.1
Inhoud besluit
Onderdeel van Verordening Sociaal Domein Meierijstad