Een inwoner kan in aanmerking komen voor opvang als:
hij feitelijk of residentieel dakloos is en tijdelijk onderdak nodig heeft; en
hij beperkt zelfredzaam is waardoor hij zich niet op eigen kracht kan handhaven in de maatschappij; en
hij niet beschikt over alternatieven die de situatie van feitelijke of residentiële dakloosheid op kunnen heffen; en
Een inwoner komt niet in aanmerking voor opvang als:
hij ondersteuning nodig heeft bij het uitvoeren van alledaagse levensverrichtingen, waaronder persoonlijke verzorging en huishoudelijke verzorging.
hij een fysieke of zintuigelijke beperking heeft waardoor de opvang niet of onvoldoende toegankelijk is.
Er duidelijke indicaties bestaan voor dominante verslaving of psychiatrische problematiek die niet door de instelling begeleid kan worden en/of belastend is voor het samenwonen binnen de voorziening. Of als er sprake is van veiligheidsrisico’s voor de inwoner zelf of diens omgeving.
hij ernstig verstandelijk beperkt is en daardoor binnen de instelling niet adequaat begeleid kan worden.
hij niet akkoord gaat met de huisregels en de verblijfsvoorwaarden van de opvanginstelling, waaronder het meewerken aan een zekerheidsstelling voor de betaling van de bijdrage
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.5
Artikel 5.5.2
Toe en afwijzingsgronden
Onderdeel van Verordening Sociaal Domein Meierijstad