Op het moment dat de ouder een aanvraag indient, onderzoekt de gemeente of het kind voor een vervoersvoorziening in aanmerking komt , en welke voorziening passend is. Een gesprek met de consulent leerlingenvervoer kan onderdeel zijn van dat onderzoek. Ook kan een externe deskundige gevraagd worden om mee te kijken naar de best passende vervoersvoorziening.
De gemeente onderzoekt:
of de dichtstbijzijnde toegankelijke school verder weg ligt dan de afstandsgrens van 6 kilometer. De gemeente berekent de kortste afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school en waar plaats is. Voor het bepalen van de kortste, veilige route wordt de actuele routeplanner van de ANWB gebruikt.
of het kind naar de dichtstbijzijnde voor hem toegankelijke school gaat. De toelaatbaarheidsverklaring of het arrangement dat het samenwerkingsverband heeft afgegeven is hierbij leidend.
of er begeleiding nodig is bij het reizen.
of er een eigen bijdrage betaald moet worden. Gaat het kind naar een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs en deze ligt verder weg dan 20 kilometer, dan kan een eigen bijdrage als bedoeld in artikel 6.3.6 worden opgelegd.
hoe hoog het inkomen is van het huishouden waarin de leerling verblijft op basis van het meest recente IB60 formulier
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.3
Artikel 6.3.2
Beoordeling aanvraag
Onderdeel van Verordening Sociaal Domein Meierijstad