De ondersteuning kan geboden worden door inhuur van formele of informele hulp.
Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen. Dit kunnen geen bloed- of aanverwanten in 1e of 2e graad van de budgethouder zijn:
personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het PGB uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007), en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken; of
personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het PGB uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken; of
personen die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG-register) en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet, voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp (Stichting Kwaliteitsregister Jeugd).
Indien de hulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder, is altijd sprake van informele hulp.
Indien de hulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in het eerste lid onder a, b of c, is sprake van informele hulp.
Het college kan nadere regels stellen over het onderscheid tussen formele en informele hulp.
Hoofdstuk 8 › Paragraaf 8.1
Artikel 8.1.4
Onderscheid formele en informele hulp
Onderdeel van Verordening Sociaal Domein Meierijstad