(Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Gemeentewet)
De gemeente kan een voorziening beëindigen als:
de voorziening niet langer passend of nodig is;
de inwoner zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die aan de voorziening zijn verbonden;
de voorziening is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens van de inwoner;
de gemeente niet langer kan vaststellen of een voorziening kan worden voortgezet, omdat de inwoner onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de voorziening;
de voorziening voor een ander doel wordt gebruikt dan bedoeld;
de inwoner niet binnen 6 maanden gebruik heeft gemaakt van de voorziening, tenzij hem dat niet te verwijten is;
als de inwoner recht heeft op een indicatie van een voorliggende wet.
De voorziening kan met terugwerkende kracht worden beëindigd (ingetrokken).
Hoofdstuk 9 › Paragraaf 9.4
Artikel 9.4.1
Beëindiging voorziening
Onderdeel van Verordening Sociaal Domein Meierijstad