Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf

Artikel 2:24

Evenementen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening

1.. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2.. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak op gebied van kunst, ontwikkeling, ontspanning, sport alsmede herdenkingsplechtigheden, tentoonstellingen, optochten, kermissen, circussen, filmopnamen en feesten, met uitzondering van: bioscoopvoorstellingen; markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 van deze verordening. 3.. Onverminderd het bepaald in artikel 1.8 kan de vergunning ook worden geweigerd in het belang van: het voorkomen of beperken van overlast; de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen; de zedelijkheid of gezondheid. 4.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 en in het derde lid weigert de burgemeester de vergunning als de organisator van het evenement, welke behoort tot door de burgemeester aan te wijzen categorieën, in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 5. . Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 6.. Met een melding voor een evenement kan worden volstaan, indien: het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 250 personen; [vervallen] het evenement tussen 9.00 en 24.00 uur plaats vindt en maximaal 2 dagen duurt; er geen geluidsoverlast ontstaat. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, tenzij er sprake is van een niet-doorgaande (doodlopende) weg. Bij afsluiting(en) van een dergelijke niet-doorgaande weg (doodlopende weg) dient dit te geschieden middels zogenaamde schrikhekken voorzien van C1-bebording cf. het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV 1990). Het evenement mag geen belemmering vormen voor het verkeer en/of hulpdiensten; slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van maximaal 25 m2 per object; 7.. De organisator dient ten minste 4 weken voorafgaand aan het evenement daarvan de melding te doen aan de burgemeester. 8.. De burgemeester stelt nadere regels inhoudende voorschriften die met de activiteit als bedoeld in het vijfde lid in acht dienen te worden genomen. 9.. De burgemeester kan gelet op de in lid 3 genoemde belangen het gemelde evenement verbieden. 10.. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. 11.. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel