Naar hoofdinhoud
De berekening van de gemeentetoeslag vindt plaats op basis van het volledig ingevulde formulier zoals omschreven in artikel 4, lid 1. De gemeentetoeslag voor niet-VE-doelgroeppeuters wordt verleend voor maximaal twee dagdelen peuteropvang per week, maximaal 4 uur per dagdeel en maximaal 40 weken per kalenderjaar. De gemeentetoeslag voor VE-doelgroeppeuters wordt verleend voor 8 uur per week en maximaal 40 weken per kalenderjaar. De financiering van de overige uren van de VE-doelgroeppeuters vindt plaats via een subsidie direct aan de aanbieders. De gemeentetoeslag peuteropvang wordt berekend op basis van het landelijk maximum uurtarief voor de kinderopvangtoeslag voor de hele dagopvang. Dit tarief wordt jaarlijks door het ministerie van SZW geïndexeerd. Het tarief zal ieder jaar op de website van de gemeente worden gepubliceerd. De hoogte van de ouderbijdrage wordt bepaald aan de hand van de ‘VNG adviestabel ouderbijdrage peuteropvang’. Als de adviestabel voor het jaar waarvoor gemeentetoeslag berekend moet worden nog niet beschikbaar is, wordt de laatst uitgebrachte adviestabel gebruikt. De hoogte van de gemeentetoeslag per maand wordt als volgt bepaald: De eigen bijdrage per uur wordt vastgesteld aan de hand van het gezinsinkomen en de bijbehorende inkomenscategorie uit de VNG adviestabel. Het uurtarief wordt verminderd met deze eigen bijdrage per uur. Dit levert het gemeentetoeslag per uur op. Het aantal uren peuteropvang per week wordt vermenigvuldigd met 40 weken en met het gemeentetoeslagbedrag per uur. Dit levert het jaarbedrag van de gemeentetoeslag op. De gemeentetoeslag per jaar wordt gedeeld door 12 maanden. Dit is de gemeentetoeslag die maandelijks wordt uitgekeerd. De uitbetaling van de gemeentetoeslag vindt plaats omstreeks de 20e van de maand voorafgaand aan de maand waarop de peuteropvang betrekking heeft. Er is gekozen voor betaling van de gemeentetoeslag per maand omdat de facturering door de aanbieders ook maandelijks plaatsvindt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel