Naar hoofdinhoud

Artikel 3

De grondslag voor de subsidie

Onderdeel van Subsidieregeling peuteropvang en VE gemeente Hardinxveld-Giessendam

De subsidietarieven en -bedragen worden jaarlijks geïndexeerd met de index die wordt gebruikt door het ministerie van SZW voor het landelijk maximum uurtarief, tenzij er gegronde redenen voor het college zijn om hiervan af te wijken De grondslag voor de subsidie is het aantal doelgroeppeuters en het aantal uren dat deze peuters gebruik maken van de peuteropvang. Het college subsidieert de volgende bedragen aan de aanbieder: per doelgroeppeuter op een VE-peuterplaats: 8 uren per week gedurende 40 weken per jaar maal het landelijk maximum uurtarief; ouders nemen aanvullend nog tenminste 8 uren per week gedurende 40 weken per jaar af, waarover zij kinderopvangtoeslag of gemeentetoeslag kunnen aanvragen; per doelgroeppeuter op een VE-peuterplaats een aanvullende subsidie in de vorm van een VE-jaarbedrag; indien een doelgroeppeuter een gedeelte van het jaar deelneemt, wordt het VE-jaarbedrag naar rato verstrekt. per doelgroeppeuter van tenminste 2,5 jaar tot de start van de basisschool op een VE-peuterplaats op 1 januari: een aanvullende subsidie voor de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker VE voor netto 10 uren per jaar. Deze inzet wordt gerealiseerd in werkelijk ingezette uren en niet in contracturen. Dit betekent dat rekening wordt gehouden met afwezigheid door vakantie-, verlof- en feestdagen. De aanbieder int zelf de ouderbijdrage en is verantwoordelijk voor het risico van niet-betalers.

Rechtspraak bij dit artikel