Een urgentie wordt uitsluitend geïndiceerd:
op sociale gronden;
op medische gronden;
op mantelzorg gronden;
op volkshuisvestelijke gronden;
op maatschappelijke gronden;
voor statushouders, gekoppeld aan de gemeente; en
voor gedupeerden van het aanbodsysteem.
Burgemeester en wethouders kunnen een woningzoekende urgent verklaren waarbij de volgende voorwaarden cumulatief uitsluitend van toepassing zijn:
de woningzoekende is ingezetene;
de woningzoekende beschikt over zelfstandige woonruimte in de woningmarktregio;
er is sprake van een bijzondere persoonlijke noodsituatie;
de noodsituatie is ontstaan buiten eigen schuld en was door de woningzoekende niet te voorzien;
de woningzoekende kan aantonen eerst zelf naar een oplossing te hebben gezocht;
een verhuizing binnen zes maanden is noodzakelijk;
de woningzoekende is aantoonbaar niet in staat om zelf binnen zes maanden voor passende huisvesting te zorgen; en
het inkomen is niet hoger dan het in artikel 2.2.3 lid 4 onderdeel a opgenomen inkomen van het huishouden.
In afwijking van het tweede lid, geldt bij het urgent verklaren het volgende:
De voorwaarden, bedoeld in lid 2, zijn niet van toepassing bij een indicatie op maatschappelijke grond, een indicatie voor een statushouder of een indicatie voor een gedupeerde van het aanbodsysteem;
bij een indicatie op volkshuisvestelijke gronden zijn de voorwaarden, bedoeld in lid 2 onderdeel e tot en met h niet van toepassing;
bij een indicatie op mantelzorg gronden zijn de voorwaarden bedoeld in, lid 2 onderdeel a tot en met b niet van toepassing, de aanvrager dient wel te beschikken over zelfstandige woonruimte.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.5
Artikel 2.5.1
Urgent woningzoekenden
Onderdeel van Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2022, Gemeente De Bilt