1. Het is verboden op een openbare plaats lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken,
voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij
zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare
orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder
veroorzaken.
2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter
bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied lachgas
recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve
van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben.
3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot
bepaalde tijden.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf
Artikel 2:47a