Als met betrekking tot de aanslag geheven van een eigenaar meerdere heffingplichtigen of belastingplichtigen zijn aan wie de aanslag kan worden opgelegd, wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld op naam van:
ter zake van genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak of perceel degene die de volle eigendom heeft;
ter zake van genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak of perceel degene die het beperkt recht, waarbij de volgorde voor de in dit artikel genoemde belastingen van artikel 119, lid 3, van de Waterschapswet wordt aangehouden;
ter zake van genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een gebouwde onroerende zaak of perceel degene die de oudste gebruiker (in leeftijd) van de onroerende zaak of perceel is;
ter zake van genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak of perceel degene die de oudste in leeftijd is;
ter zake van genot krachtens ongelijke aandelen in het volle eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak of perceel degene die het grootste aandeel in het volle eigendom, bezit of beperkt recht heeft;
ter zake van genot krachtens gelijke aandelen in het volle eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak of perceel een natuurlijke persoon boven een rechtspersoon;
ter zake van genot krachtens gelijke aandelen in het volle eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak of perceel de eerstgerechtigde in de volgorde die door het Kadaster wordt aangehouden.