Een uitspraak van de Hoge Raad waarin een toepassing van de belastingwet besloten ligt die voor de belanghebbende gunstiger is dan de bij de heffing van de belasting gevolgde toepassing, leidt niet tot het ambtshalve verlenen van vermindering van belasting indien de belastingaanslag of de voldoening op aangifte onherroepelijk is komen vast te staan voor de dag, waarop de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan.
Hetgeen in het eerste lid is bepaald met betrekking tot een uitspraak van de Hoge Raad, is in daartoe leidende gevallen van overeenkomstige toepassing op prejudiciële beslissingen van het Hof van justitie van de Europese Gemeenschappen alsmede op rechterlijke uitspraken van het Hof van justitie van de Europese Gemeenschappen en andere supranationale colleges.
Een uitspraak van een rechtbank of gerechtshof is in beginsel geen aanleiding voor het ambtshalve verlenen van vermindering van belasting, tenzij het college op dit punt een afwijkende regeling heeft getroffen.
Artikel 4
Jurisprudentie en beleidsbesluiten
Onderdeel van Besluit inzake ambtshalve vermindering van gemeentelijke belastingen 2022