Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9

Artikel 9.4

Gewenste situatie

Onderdeel van Gemeentelijk Beleidsplan Verkeer en Vervoer Eijsden-Margraten

Locatie/Onderwerp Maatregel Fietsvoorzieningen Gebiedsontsluitingswegen (zowel binnen als buiten de bebouwde kom) en fietsvoorzieningen Gebiedsontsluitingswegen (zowel binnen als buiten de bebouwde kom) kennen bij voorkeur vrijliggende fietsvoorzieningen. Indien vrijliggende fietspaden ruimtelijk niet mogelijk zijn, worden binnen de bebouwde kom aanliggende fietsvoorzieningen (zoals fietsstroken) van voldoende breedte (bij voorkeur 1,80 meter en tenminste 1.50 meter) gerealiseerd. Erftoegangswegen en fietsvoorzieningen Erftoegangswegen (type 1) kunnen zowel binnen als buiten de bebouwde kom voorzien worden van fietssuggestiestroken. Erftoegangswegen (type 2) kennen geen fietsvoorzieningen, dit geldt zowel binnen als buiten de bebouwde kom. Onderwerp Maatregel Voetgangersvoorzieningen Algemeen Om het lopen voor alle doelgroepen mogelijk te maken, te stimuleren en hun bereikbaarheid te vergroten ligt de focus op de kwaliteit van de voetgangersvoorzieningen in de centra en bij de schoolomgevingen. Maatvoering Bij nieuwe aanleg streven we naar de volgende maatvoering: Op- en afritten oversteeklocaties minimaal 1.20 breed. Vrije doorgang trottoir mimimaal 1,50 meter. Bij incidentele punten als lantaarnpalen mimimaal 0,90 meter. Draaipunten voor kinderwagens, rolstoelen en dergelijke mimimaal 1,50 x 1,50 meter; Keuze voor materialen die goed toegankelijk en vlak zijn. Toegankelijkheid Realiseren van op- en afritten bij trottoirs voor mindervaliden en mensen met een kinderwagen. Uit te voeren door werk-met-werk te maken. Laadpalen Nieuwe vormen van mobiliteit vragen om een andere inrichting van de openbare ruimte. Er zal ruimte vrijgemaakt moeten worden voor laadpalen en fietsenstallingen. Als we kijken naar de website “Klimaatmonitor” van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat dan zien we dat er verhoudingsgewijs nog weinig elektrische auto’s in de gemeente Eijsden-Margraten zijn, beduidend minder dan gemiddeld in Zuid-Limburg maar vooral ook ten opzichte van de rest van Nederland (met gemiddeld 1441 elektrische personenauto’s per 100.000 personenauto’s). Het aantal publieke laadpunten stijgt langzaam en de verdeling over de diverse kernen in de gemeente lijkt niet goed overeen te komen met het aantal elektrische voertuigen. Figuur 10 Aantal geregistreerde elektrische personenauto's (per 100.000 personenauto’s) en het absolute aantal (semi) publieke laadpunten Momenteel kent de gemeente een reactief beleid ten aanzien van laadpunten. Indien er een aanvraag binnenkomt, wordt deze beoordeeld. Gezien de verwachte toename van elektrisch vervoer in de komende jaren, adviseren wij om proactief beleid hiervoor te formuleren. Streven moet zijn dat de laadinfrastructuur niet een beperkende factor mag zijn bij de transitie naar elektrisch vervoer. De voorkeur heeft het om dit beleid in regionaal verband op te stellen. Plaatsen laadpalen De gemeente Maastricht faciliteert (samen met de Provincie Limburg) voor 2020 een collectieve aanbesteding met betrekking tot het plaatsen van laadpalen voor het opladen van elektrische auto’s in de openbare ruimte. Met behulp van deze aanbesteding wordt de komende jaren mede invulling gegeven aan de doelstelling en verplichtingen die zijn opgenomen in de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL). Figuur 11 Voorbeeld van een beslisboom Figuur 12 Per kern het aantal geregistreerde elektrische personenauto's en het aantal publieke laadpunten.

Rechtspraak bij dit artikel