In deze verordening wordt verstaan onder:
Aanvrager: natuurlijk persoon of rechtspersoon die een aanvraag indient;
Adres: een kadastrale (woon)eenheid zoals geregistreerd in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG);
Autodate: het herhaald en opvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een rechtspersoon die motorvoertuigen ter beschikking stelt. Het betreft hier deelauto’s met kortdurende huur;
Bedrijf: een onderneming die is ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en waaruit volgens het uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat de onderneming (natuurlijke persoon of rechtspersoon) een vestiging heeft in het gereguleerd parkeergebied van de gemeente Breda;
Belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 (vergunninghoudersbord), of gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, en voorzien van een onderbord met de tijden waarop het vergunningparkeren van kracht is;
Bezoekersregeling: een regeling voor het parkeren van bezoekers van een bewoner, woonachtig binnen een op grond van artikel 3 aangewezen vergunning-gebied, waarmee het bezoek op een specifiek door het college aangewezen locatie kan parkeren op de daartoe bestemde wijze met inachtneming van de door het college gestelde voorwaarden conform artikel 13 en 14;
Brommobiel: bromfiets op meer dan twee wielen die is voorzien van een carrosserie;
Camper of kampeerauto: personen of bedrijfsauto waarvan de constructie een woonaccommodatie bevat die tenminste bestaat uit de volgende uitrusting:
zitplaatsen en een tafel;
slaapaccommodatie die met behulp van de zitplaatsen kan worden gecreëerd;
kookgelegenheid en
Opbergfaciliteiten
welke vast in de woonafdeling zijn bevestigd, met dien verstande dat de tafel zodanig mag zijn ontworpen dat zij gemakkelijk kan worden verwijderd.
Eigen parkeergelegenheid: de potentiële mogelijkheid om een motorvoertuig te kunnen parkeren op
(een) parkeerplaats(en) op een terrein of in een garage waarover de aanvrager kan beschikken op grond van eigendom, erfpacht, huur of ingebruikgeving en welke juridisch, feitelijk of planologisch bestemd of bedoeld is om motorvoertuigen te stallen. Voorbeelden zijn in dit verband een garage, carport, tuin, aangelegde (parkeer)plaats of toerit;
of
(een) parkeerplaats(en) waarover de aanvrager kan beschikken op een terrein of in een garage waar in het kader van de verleende bouw- of omgevingsvergunning is overeengekomen dat deze is (zijn) bedoeld als parkeergelegenheid voor het gebouw waarvoor de bouw- of omgevingsvergunning is verleend.
Een parkeerplaats op eigen terrein dient te voldoen aan de afmetingen die zijn opgenomen in de gemeentelijke Beleidsregels.
Een parkeervergunning kan niet worden verstrekt wanneer het niet kunnen beschikken over eigen parkeergelegenheid de aanvrager naar het oordeel van het college redelijkerwijs te verwijten is;
Gehandicaptenparkeerkaart: parkeerkaart als bedoeld in artikel 49 Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer inclusief een ingevolge de Regeling Gehandicaptenparkeerkaart daarmee gelijkgestelde parkeerkaart;
Houder: degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens was ingeschreven, en die in het bezit is van een geldig rijbewijs op grond waarvan dat motorvoertuig mag worden bestuurd. Ook diegene die middels een lease overeenkomst of een houderschapsverklaring kan aantonen dat hij de bestuurder is van het motorvoertuig, dat ten tijde van het parkeren op naam staat van de lease-maatschappij respectievelijk de werkgever in het hiervoor genoemde register, wordt als houder aangemerkt, mits hij in het bezit is van een geldig rijbewijs op grond waarvan dat motorvoertuig mag worden bestuurd;
Houderschapsverklaring: schriftelijke verklaring, opgesteld door de werkgever, waarmee houder kan aantonen dat hij de bestuurder is van het motorvoertuig dat ten tijde van het parkeren op naam staat van de lease maatschappij respectievelijk de werkgever;
Mantelzorgvergunning: een vergunning voor degene die mantelzorg ontvangt en woont in een gebied waar mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, ten behoeve van het voertuig van degene die mantelzorg verleent;
Motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990;
Parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer voor het verlenen van diensten op het gebied van telefonische en/of elektronische betaling bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;
Parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt geheven door middel van parkeerapparatuur;
Parkeervergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- of belanghebbendenplaatsen binnen een daartoe vastgesteld vergunning-gebied;
Parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen, voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;
POET-lijst: lijst waarop de adressen staan vermeld die niet in aanmerking komen voor bepaalde parkeerproducten, omdat de adressen voorzien in eigen parkeergelegenheid of omdat dit is overeengekomen bij het verlenen van de omgevingsvergunning. De bewuste lijst wordt vastgesteld door het college als bijlage van het Aanwijzingsbesluit Parkeren;
RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
Tijdelijke parkeervergunning: een parkeervergunning die kan worden verstrekt aan de aanvrager ten behoeve van het (laten) uitvoeren van werkzaamheden of ten behoeve van een verhuizing. Deze tijdelijke vergunning wordt verleend onder de in artikel 8 vastgestelde voorwaarden;
Vergunning-gebied: een door het college aangewezen gebied, waarbinnen belanghebbendenplaatsen zijn gelegen dan wel waarbinnen parkeerapparatuurplaatsen zijn gelegen;
Vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend;
Wachtlijst: lijst die gebruikt inzake parkeervergunningen. De datum van aanvraag bepaalt de prioritering en de volgorde op de wachtlijst;
Woon-werk vergunningen: parkeervergunningen voor woon- en werkterreinen. Deze vergunningen worden verleend onder de in artikel 10 vastgestelde voorwaarden;
Basis- en voortgezet onderwijs: basisonderwijs is onderwijs dat kinderen van 4 tot 12 jaar volgen. Een school waar basisonderwijs wordt aangeboden, heet een basisschool. Het voortgezet onderwijs, ook wel secundair onderwijs genoemd, is het onderwijs dat kinderen na afronding van het basisonderwijs volgen. Een school waar voortgezet onderwijs aangeboden wordt heet een middelbare school.
Stadshart: het voetgangersdomein, gelegen binnen het historisch Stadshart van Breda, zoals aangeduid met bord G7 uit bijlage l van het RVV 1990;
Standplaats: de parkeerplaats waar een motorvoertuig bestemd voor autodate geparkeerd wordt;
Zwerfvergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op alle parkeerterreinen en op alle daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en belanghebbendenplaatsen, met uitzondering van gehandicapten-parkeerplaatsen. De zwerfvergunningen worden onderverdeeld in zakelijke zwerfvergunningen en zwerfvergunningen maatschappelijke zorgorganisatie. Zwerfvergunningen worden conform de in artikel 9 vastgestelde voorwaarden verleend.