Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Aanwijzen vergunning-gebieden, tijdstippen en aantal vergunningen

Onderdeel van Parkeerverordening Breda 2022

1.. Het college kan gebieden aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders op zowel belanghebbendenplaatsen als parkeerapparatuurplaatsen. 2.. Het college kan individuele straten en gedeelten van het Stadshart aanwijzen, waarvan de bewoners onder nader te noemen voorwaarden een vergunning kunnen verkrijgen in hiertoe aangewezen vergunning-gebieden, zoals genoemd in lid 1. 3.. Het college kan een of meer parkeerterreinen aanwijzen die mede bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders en kort parkeren (parkeerapparatuurplaatsen) als bedoeld in artikel 10. 4.. Het college kan per gebied, zoals genoemd in lid 1, de tijdstippen vaststellen waarop het parkeren aan vergunninghouders is toegestaan. 5.. Het college kan gebieden aanwijzen waarbinnen parkeren voor bezoekers van bewoners op straat is toegestaan. 6.. Het college kan gebieden aanwijzen waarbinnen parkeren voor bezoekers van bewoners in garages is toegestaan. 7.. Het college kan per gebied, zoals genoemd in lid 1, de tijdstippen vaststellen waarbinnen de mantelzorgvergunningen en de bezoekersregeling gebruikt kunnen worden. 8. . Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels vaststellen over het maximum aantal te verlenen vergunningen per (BAG-)adres op basis van artikel 5, vijfde lid, of per bedrijf op basis van artikel 7, vijfde lid, van deze verordening; 9.. Het college duidt de als belanghebbendenplaats aangewezen gebieden uit het eerste lid aan met bord E9, met het opschrift zone, uit bijlage I van het RVV 1990;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel