Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 15.

Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Midden-Delfland 2022

1.. Het college informeert cliënt of hun vertegenwoordigers in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening of PGB zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet; 2.. De cliënt doet melding op verzoek of uit eigen beweging aan het college van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande het recht op een voorziening. 3.. Het college kan een beslissing herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het PGB is aangewezen; de maatwerkvoorziening of het PGB niet meer toereikend is te achten; de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het PGB verbonden voorwaarden, of; de cliënt de maatwerkvoorziening of het PGB niet of voor een ander doel gebruikt; bij wangedrag van een cliënt waardoor hulpverlening niet meer verstrekt kan worden. 4.. Een beslissing tot verlening van een PGB kan worden ingetrokken als blijkt dat het PGB binnen zes maanden of 15 maanden bij een woningaanpassing, na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. 5.. Het college kan een besluit tot toekenning van een maatwerkvoorziening herzien of intrekken indien: niet is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens de wet of de verordening; blijkt dat de cliënt aan wie een PGB is toegekend niet heeft voldaan aan de verplichtingen als bedoeld in de beschikking. 6.. Ingeval het recht op een in eigendom of in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd. 7.. Bij opname van de cliënt in een ziekenhuis of instelling wordt een lopende PGB tot maximaal een maand na opname ter beschikking gesteld aan de zorgverlener, ondanks de gewijzigde situatie. Na deze maand wordt op basis van de dan geldende situatie een heroverweging gedaan over de benodigde zorg en wijze van financiering en kan het PGB beëindigd worden. 8.. Bij verblijf buiten het hoofdverblijf kan het PGB voor diensten van de cliënt na 6 weken worden beëindigd. 9.. Het college kan nadat het besluit tot toekenning van een maatwerkvoorziening is herzien of ingetrokken: het ten onrechte of tot een te hoog bedrag genoten PGB terugvorderen; de geldwaarde van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening in natura vorderen; of deze maatwerkvoorziening terugvorderen dan wel terughalen. 10.. De vordering kan worden geïnd door middel van verrekening, als bedoeld in artikel 3.3 lid 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel