Naar hoofdinhoud
1.. Het college voert een onderzoek uit naar aanleiding van de Wmo melding of de Jeugdwet aanvraag. Het onderzoek bestaat in ieder geval uit een gesprek, tenzij de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp voldoende bekend is, dan kan in overleg met de cliënt worden afgezien van een gesprek. Het college gaat in gesprek met de cliënt en onderzoekt zo spoedig mogelijk en voor zover nodig: wat de hulpvraag van de cliënt, de jeugdige of zijn ouders is; welke gemeente verantwoordelijk is voor het in behandeling nemen van de hulpvraag; bij een aanvraag op grond van de jeugdwet of sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen; bij een aanvraag op grond van de Wmo welke problemen zich voordoen bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie; welke hulp nodig is in vorm, duur en frequentie; de eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen; beroep kan worden gedaan op een algemene voorziening; daar waar van toepassing de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit het sociale netwerk te komen tot verbetering van de zelfredzaamheid of participatie, of te voorkomen dat een beroep gedaan wordt op een maatwerkvoorziening; of door samen met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en andere partijen op het gebied van publieke gezondheid, maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, een oplossing voor de hulpvraag te vinden en de wijze waarop een mogelijk toe te kennen maatwerkvoorziening wordt afgestemd op andere voorzieningen op deze domeinen; welke bijdragen in de kosten de cliënt verschuldigd zal zijn; of de cliënt de voorziening in de vorm van zorg in natura of een PGB wil ontvangen waarbij de inwoner in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de voorwaarden voor en de gevolgen van die keuze; en of aan de voorwaarden van een PGB wordt voldaan indien aangevraagd. 2.. Het college is bevoegd om in het belang van het onderzoek de cliënt: op te roepen om in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen plaats en tijdstip en hem of hen te bevragen; op een door of namens het college te bepalen plaats en tijdstip door een of meer daartoe aangewezen deskundigen of adviesinstantie de cliënt te doen bevragen en/of te onderzoeken. 3.. Als de cliënt een persoonlijk of een familiegroepsplan aan het college heeft overhandigd, betrekt het college dit plan in het gesprek. 4.. Als de hulpvraag genoegzaam bekend is, kan het college, met toestemming van de cliënt, afzien van een onderzoek.

Rechtspraak bij dit artikel