In deze verordening wordt verstaan onder:
gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling,
verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in
beheer of in onderhoud bij de gemeente;
water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of
oppervlaktewater.
verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft;
woning: een onroerende zaak als bedoeld in het tweede lid artikel 220a Gemeentewet, met dien
verstande dat daartoe ook die gedeelten van een onroerende zaak behoren die als perceel
kunnen worden aangemerkt en waarvan de waarde ingevolge artikel 220e Gemeentewet buiten
de heffingsmaatstaf van de onroerende zaakbelastingen worden gelaten;
garageboxen: zelfstandige opstallen, bedoeld en als zodanig in gebruik, voor het stallen van
(motor)-voertuigen en/of het opslaan van goederen, zonder dat dit een bedrijfsmatig doel
dient en deze opstallen in de uitvoering van de Wet WOZ als garageboxen voor opslag worden
aangemerkt;
overige niet-woning: elke roerende – of onroerende zaak of zelfstandig gedeelte daarvan welke
niet als woning is aan te merken als bedoeld onder e of als garagebox onder f;
recreatieterreinen: gronden die volgens het van kracht zijnde bestemmingsplan bestemd zijn
voor het plaatsen voor en recreatief bewonen van stacaravans, chalets, recreatieverblijven en
andere kampeermiddelen;
recreatieve bewoning: bewoning die plaats vindt in het kader van verblijfsrecreatie en
vrijetijdsbesteding door personen die hun hoofdverblijf elders hebben.
Artikel 1.
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van riool- en waterzorgheffing 2022