Het Omgevingsbeleidsplan moet worden geïmplementeerd. Aan deze implementatie zijn veel aspecten verbonden. Hierbij kan globaal genomen een tweedeling worden onderkend. Enerzijds is sprake van implementatieonderdelen die terug te herleiden zijn naar de inhoud van het Omgevingsbeleidsplan. Deze zijn terug te vinden in deel 1 en 2. Anderzijds zijn tijdens het opstellen van het Omgevingsbeleidsplan zaken naar voren gekomen die het realiseren van een professionele VTH-organisatie bemoeilijken. Bij het opstellen van het Omgevingsbeleidsplan zijn de bestaande werkprocessen en de organisatie zoals deze aanvang 2017 gelden als uitgangspunt genomen. Hierbij zijn enkele knelpunten naar boven gekomen die in deel 3 en 4 worden omschreven.
9.1. Organisatorisch kader
Dit deel van het Omgevingsbeleidsplan bevat al de nodige te implementeren onderdelen. In het bijzonder betreft het de kwaliteitsborging. Hiervoor dient de organisatie te onderkennen dat kwaliteitsborging noodzakelijk is. Er dient een directievertegenwoordiger te worden aangewezen die verantwoordelijk is voor het opstellen , in stand houden en het evalueren van een intern kwaliteitszorgsysteem.
Onlangs heeft de gemeente een Controller benoemd die genoemde taken gaat oppakken.
9.2. Uitvoeringsorganisatie
Zoals aangegeven maken protocollen en werkinstructies geen deel uit van het Integraal Omgevingsbeleidsplan. In het kader van de uitvoering (vergunningverlening) zijn een groot aantal protocollen opgesteld. Er is echter geen duidelijke onderlinge samenhang en structuur. Daarnaast ontbreken nog een aantal protocollen.
Op het gebied van Toezicht en Handhaving zijn in 2010 de protocollen en werkinstructies de laatste keer geactualiseerd. Sindsdien zijn de werkwijzen aangepast en is een geautomatiseerd zaaksysteem geïntroduceerd. Hierdoor zijn de protocollen en werkinstructies gedateerd en niet meer toepasbaar.
Dit is mede een gevolg van het proces om te komen tot het digitaal verlenen van vergunningen en het uitvoeren van digitaal toezicht en handhaving. Sinds 2014 is aan dit traject gewerkt. Naar het uitziet zal het traject in 2017 worden afgerond. Vervolgens zullen de benodigde protocollen worden geactualiseerd dan wel opnieuw worden opgesteld.
Als gevolg van het voornoemde proces om te komen tot het digitaal verlenen van vergunningen en het uitvoeren van digitaal toezicht en handhaving, is een hoge werkdruk bij de administratieve organisatie te constateren.
Momenteel wordt de laatste hand gelegd aan de koppeling tussen het landelijk loket (OLO) en het eigen zaaksysteem. Na invoering hiervan zal het administratieve proces eenvoudiger en sneller worden.
In 2016 heeft een analyse plaatsgevonden van de processen bij VTH. Hieruit is een verbeterplan opgesteld met verschillende onderdelen om het proces lean en smart te maken. Momenteel wordt uitvoering gegeven aan dit verbeterplan. Dit zal vervolgens worden vastgelegd in protocollen en werkinstructies.
Er is sprake van een zware belasting bij de klantadviseur I in het kader van de vergunningverlening. Door de scheiding van het beleid en de uitvoering in 2014 zijn beide partijen uit elkaar gegroeid, wat tot gevolg heeft dat de werkdruk bij de klantadviseurs I is toegenomen.
Per 1 september 2017 zal deze scheiding worden opgeheven en zal een nieuwe afdeling worden gevormd. Tevens zullen de taken per medewerker worden geanalyseerd en zal een plan van aanpak worden gemaakt om te komen tot een evenwichtige afdeling genaamd “Fysieke Ruimte”.
Artikel 9.
Implementatiewijzer
Onderdeel van Integraal Omgevingsbeleidsplan VTH Vergunningverlening, Toezicht & Handhaving Wabo 2022