Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet kan worden geweigerd als:
naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de onttrekking, omzetting of woningvorming gediende belang;
het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand, of
de onder a en b genoemde belangen niet voldoende kunnen worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de vergunning;
het gebouw waarop een aanvraag voor woningvormen of omzetten betrekking heeft ligt in het gebied waar conform bijlage 1 woningvormen of omzetten niet is toegestaan;
de aanvraag voor woningvormen zou leiden tot woningen met een gebruiksoppervlakte kleiner dan 50 m2;
de aanvraag voor woningvormen zou leiden tot woningen waarvan niet tenminste één woning 80m2 of groter is;
vergunningverlening zou leiden tot strijd met de voorschriften uit het bouwbesluit;
vergunningverlening zou leiden tot strijd met het bestemmingsplan en/of
indien niet vergunningsvrij, geen omgevingsvergunning voor bouwkundig splitsen is verleend.
HOOFDSTUK 3. › § 3.1.
Artikel 3.1.5.
Weigeringsgronden
Onderdeel van Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Haarlem 2022